zeventig is het nieuwe twintig

Oudere mensen die veel vergeten, zijn creatiever. En hoe minder je weet, hoe beter je beslissing. Dat is, kort samengevat, het resultaat van verschillende onderzoeken naar ons brein, een bron van innovatie.

We beginnen bij het begin. Oudere mensen vergeten vaak banale dingen. Zoals waar ze hun autosleutels hebben gelegd. Al ben ik het levende bewijs dat je daar niet echt oud voor hoeft te zijn. Dat vinden we normaal en beschouwen we als een deel van het aftakelingsproces van de hersenen. Blijkbaar hebben we dat mis, want nieuw onderzoek onthult dat zulke vergetelheden juist een teken zijn van een meer intense hersenactiviteit. Een ouder brein baant zich een weg door meer data en heeft het daardoor moeilijker om zich te focussen op één concreet punt. Zoals de plek waar je die sleutels hebt gelegd. In een interessant artikel in de New York Times wordt haarfijn uitgelegd hoe dat komt. Doordat oudere hersenen sneller afgeleid zijn, nemen ze meer informatie op. Daardoor krijgt het bewustzijn van oudere mensen meer toegang tot informatie.

In 2003 testte een professor van de Harvard-universiteit hoe goed mensen zijn in het filteren van irrelevante informatie wanneer ze gebombardeerd worden door stimuli. De test werd voorgelegd aan gewone studenten en studenten die hadden bewezen bijzonder creatief te zijn. Hoe creatiever de student, hoe moeilijker hij of zij het had met het weren van ongewenste informatie. Doordat oudere mensen meer informatie opslaan en minder informatie filteren, zijn ze een stuk creatiever dan jonge mensen.

Dat is gek, want onze cultuur is er helemaal op gericht om jonge mensen als creatieve talenten te verheerlijken. Kunt u zich opa's voorstellen die reclamecampagnes bedenken? Waarschijnlijk zijn we daarom komen aandraven met de term 'wijsheid' voor oudere creativiteit.

Maar er is meer nieuws uit de wondere wereld van het verstand. Hebt u ook al eens een wit blad genomen en de pro's en contra's van een beslissing neergeschreven? Bijvoorbeeld bij het kopen van een huis, het veranderen van job of het kiezen in de liefde. Blijkt dat dat helemaal fout is. De Duitse psycholoog Gerd Gigerenzer beweert dat snelle, impulsieve beslissingen betere resultaten opleveren dan lange en doorwrochte besluiten. Weinig weten is dus beter dan veel weten.

In een leuk experiment moesten Amerikaanse en Duitse studenten de grootste stad uit verschillende duo's plukken: San Diego of San Antonio? Detroit of Milwaukee? Veel Amerikanen bleken verkeerde antwoorden te geven. En neen, we doen niet mee aan Amerika-bashing en we veronderstellen dat Franz en Mike even intelligent zijn. Het verrassende resultaat was dat bijna geen enkele Duitse student een fout antwoord had gegeven. De verklaring is simpel. Hadden ze nog nooit van een stad gehoord, dan gingen ze er onbewust van uit dat die stad kleiner was.

In een ander experiment stelde Gigerenzer een aandelenportfolio samen. Aan honderd toevallige voorbijgangers werd gevraagd welke van de vijftig aandelen die ze gepresenteerd kregen, ze herkenden. De portfolio die daaruit voortkwam, presteerde beter dan die van 88procent van alle deelnemers in een beleggerscompetitie. Concurrentie voor Rataplan? In ieder geval is onwetendheid niet toevallig, maar systematisch. En minder weten helpt bij het nemen van een goede beslissing. Goede beslissingen zijn gebaseerd op enkel de meest relevante informatie. Wat meteen betekent dat je een flinke handicap hebt als expert.

Dat alles leidt dus maar tot één enkele conclusie. De wereld is aan de oude en onwetende mens.

donderdag 29 mei 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Hopeloos maar niet ernstig

We hebben het al vaak over het feit dat we meer ambitie, durf en ondernemingszin aan de dag moeten leggen om niet met minder welvaart, welstand en welzijn te eindigen. Rapporten van Flanders DC en Vlerick hebben de voorbije twee jaar ontluisterende feiten over onze economie bloot gelegd. We ondernemen nauwelijks. We innoveren mondjesmaat. We kijken zelden verder dan onze landsgrenzen. Vorige week maakten we bekend dat drie op de vier Vlaamse kmo's niet exporteren. Een behoorlijk belabberde toestand dus.

En toch zat ik vorige week mijn dagelijkse Brusselse fileleed te ondergaan met voor, achter en naast me Duitse bolides. Toch lees ik met de regelmaat van de klok dat het aantal Belgen dat ver weg op vakantie trekt, elk jaar spectaculair stijgt. Al is die stijging niet zo indrukwekkend als de groei in de private banking markt. Die is de jongste drie jaar met liefst 87% toegenomen in ons land en vertegenwoordigt nu 100 miljard euro aan kapitaal. En wist u dat een op de drie Vlamingen een spaarpot van meer dan 50.000 euro heeft?

Misschien overdrijven we dus met onze onheilsberichten en is de toestand die wij hier wekelijks becommentariëren wel hopeloos, maar niet ernstig. Want hoe komt het anders dat onze economie steeds armer en de Belgen steeds rijker lijken te worden? Omdat ik zelf niet op de proppen kwam met een zinnige verklaring, riepen we de hulp in van enkele mensen met verstand. Uiteraard louter toevallig beiden bestuurder bij Flanders DC.

Volgens professor Mark Eyskens moeten we de oorzaak zoeken op twee vlakken. Statistiek is immers het verhaal van de rivier die gemiddeld 75 centimeter diep is maar waarin toch een man verdronk. Met andere woorden, de files op weg naar Brussel, ons spaarquotiënt en de privé-bankiers die goed boeren verstoppen een heleboel mensen die geen baan hebben om in de file te staan, wier spaarvarken al geslacht is en voor wie het bestaan van private bankiers onbekend is. Ook zijn tweede verklaring houdt verband met statistiek. Bijna 15% van onze economie laat zich niet optekenen. Dat is de tuinman die in het zwart werkt, de aannemer die de staat oplicht en de burger die zijn belastingbrief onnauwkeurig invult. Onze economie doet het beter dan we denken, maar dat blijkt niet uit de statistieken.

Professor Sleuwaegen van de Vlerick School ziet het einde van een systeem. We profiteren vandaag nog altijd van de zegen die de Industriële Revolutie heette. We gingen steeds efficiënter produceren en werden daardoor rijker, maar vandaag botsen we op de limieten van dat model. 'Door de specialisatie zitten we nu in een zeer beperkt aantal sectoren. En we gaan niet mee in de nieuwe sectoren. Daarbij komt dat onze overheidssector veel te groot is', zegt Sleuwaegen. We kunnen geen grote efficiëntiewinsten meer boeken en daarom leven we op borrowed time. Omdat we het eigenlijk nog te goed hebben, merken we niet dat we achteruit gaan en ons onvoldoende concentreren op vernieuwen. Alleen een grondige vernieuwing en focus op innovatieve concurrentie - niet op prijs of efficiëntie - kan ons redden.

Mark Eyskens voegt eraan toe dat wat ons echt parten speelt 'onze onwaarschijnlijk conservatieve manier van denken is'. Dat veranderen ook verbeteren kan betekenen, lijkt niemand te willen inzien. Zolang we op korte termijn het dierbare status quo kunnen behouden, denken we gered te zijn. Alleen zal die drang om nooit iemand te laten verliezen van ons allemaal verliezers maken. Volgens Leo Sleuwaegen kan enkel creativiteit ons redden.

De toestand is dus wel degelijk ernstig. Maar niet hopeloos.

donderdag 22 mei 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Beter dom dan slim

Dit weekend heb ik op mijn neefjes van rond de drie gepast. Leuk, vermoeiend en vooral intrigerend om te zien hoe de wereld steeds opnieuw wordt ontdekt. Tijdens een verplicht nummer in de zoo moest ik denken aan het feit dat de mens een van de slimste dieren op aarde is. Onze capaciteit tot leren en onze intelligentie zijn zo groot dat ons brein 20procent van alle calorieën verbrandt die een mens in rusttoestand nodig heeft. De omvang van onze hersenen is zelfs zo toegenomen dat moeder en telg bij de geboorte een serieus risico lopen. En toch weten onze baby's zo goed als niets. Voor het hok van de everzwijnen leerde ik dat ze na zes maanden al hun horizontale strepen verliezen en volwassen worden. Een leeuw kan na een jaar of vier zijn plan al trekken. Maar het zal nog jaren duren vooraleer mijn neefjes voor zichzelf kunnen zorgen. We moeten dus lang en veel leren vooraleer we genoeg weten om zelfstandig te kunnen leven. Daar zijn we als menselijke diersoort goed in en trots op. Daar zit immers onze capaciteit tot innovatie. Maar wat blijkt nu? Te slim zijn is slecht voor onze gezondheid.

Dr.Kawecki van de Universiteit van Fribourg heeft namelijk ontdekt dat veel weten schadelijk is voor de constitutie. In een experiment met fruitvliegen hebben onderzoekers slimme en domme vliegen geproduceerd. Dat konden ze door, generatie na generatie fruitvlieg, experimenten uit te voeren waardoor de kleine beestjes geleidelijk slimmer werden. Na 15generaties zijn bepaalde vliegen genetisch geprogrammeerd om sneller te leren dan hun gewone soortgenoten. Deze slimme vliegen onderscheiden zich door het feit dat ze na één uur al leren wat hun collega's meerdere uren tijd vraagt. Zo kent een slimme vlieg al na één uur het verschil tussen twee potjes gelei. Het eerste smaakt naar sinaasappel, maar heeft ook het bittere kinine als ingrediënt. Het tweede heeft gewoon een ananassmaak. Slimme vliegen weten al snel dat ze hun eitjes niet in de sinaasappeljam moeten leggen indien ze geen onaangename ervaring willen.

Je zou dus denken dat de wet van Darwin ervoor zorgt dat het slimmere species makkelijker kan overleven in de wereld. Niets blijkt minder waar. Het verbijsterende resultaat van een aantal andere experimenten liet zien dat slimme vliegen sneller sterven dan hun domme collega's. In een andere proef, waarin de slimme vliegen en gewone vliegen werden getest, overleefde 80procent van de gewone vliegen, maar minder dan de helft van de slimme vliegen. Hoe komt dat nu? Dr.Kawecki vermoedt dat elk species evolueert tot het een evenwicht bereikt tussen de kosten en de opbrengsten van leren.

Als die bevindingen ook voor de mens gelden zou dat willen zeggen dat er een ongeschreven grens is aan innovatie. Wij zullen, volgens dat principe, dus maar vernieuwen tot aan het punt waar de voordelen van innovatie opwegen tegen de nadelen die vernieuwing met zich brengt. Een maatschappij die erg risicoschuw is en vernieuwing argwanend bekijkt, is dus per se ook minder innoverend. En laat het nemen van risico en het omgaan met vernieuwing nu niet bepaald onze troefkaarten zijn in Vlaanderen. Alleszins lijkt er op wereldvlak voorlopig geen maat te staan op de innovaties die we produceren. Dat zit mondiaal dus nog wel even snor.

Op persoonlijk vlak menen geleerde mensen dat wij waarschijnlijk een verborgen kost betalen voor het extreme leerparcours dat we onszelf opleggen. Sommige ziekten zouden zelfs het bijproduct kunnen zijn van intelligentie. Tot we weten hoe dat precies in elkaar zit, stel ik voor deze bevindingen nog even niet te delen met de schoolgaande jeugd. Voorlopig leren mijn neefjes nog onbezorgd dat de koe 'boe' doet en de kat 'miauw' zonder dat er sprake is van ernstige schade aan hun welvaren. In tegendeel.

donderdag 15 mei 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Vlaamse klei

Waarom zijn wij een managersvolk en geen ondernemersnatie? Maandagochtend berichtte De Standaard dat we één van de minst ondernemende plekken op aarde zijn. Minder dan één op de tien Belgen haalt het in zijn hoofd om een eigen zaak te starten. Dat bevestigt zo ongeveer elke opeenvolgende analyse, studie en enquête van de laatste tijd. Je zou voor minder gaan geloven dat we als volkje weinig kaas hebben gegeten van het succesvol groeien van bedrijven. En toch lijken we daar net heel beslagen in te zijn. Het lijstje met binnenlands gekweekt toptalent dat buitenlandse ondernemingen runt, is ronduit indrukwekkend. Zeker als je rekening houdt met de zakdoek die Vlaanderen groot is.

Een paar namen ter illustratie. Jean-François Van Boxmeer, Patrick De Maeseneire en Paul Bulcke bevestigen het cliché dat we een land van bier en chocolade zijn. Zij staan respectievelijk aan het roer van de Nederlandse brouwerstrots Heineken (voorlopig zonder merkbaar smaakeffect), de Zwitserse voedingsgigant Nestlé en chocolademaker Barry Callebaut uit Zürich.

In de automobielsector zitten Vlamingen ook stevig aan het stuur. Bij onze zuiderburen maakte Pierre-Alain Desmedt lange tijd het mooie weer als executive vice-president bij Renault, bijgestaan door Luc Landuyt als ontwerper. Bentley teert op het designertalent van Dirk Van Braeckel en rekent op Frederik Daems voor zijn wereldwijde communicatie. Luc Donckerwolcke was designchef bij Lamborghini en neemt nu Seat onder handen. Zijn collega Steven Crijns tekent voor Lotus. Guy Demuynck, een andere Vlaming, was vroeger de grote baas van KPN en is nu de nummer één van Kroymans in Nederland.

Maar ook in ander landen en sectoren laten we zien wat voor een vruchtbare managersbodem de Vlaamse klei is. Sophie Vandebroeck is CTO van de gigant Xerox. Het Amerikaanse chipbedrijf Xilinx werd lang geleid door de Vlaming Wim Roelants. Herman Nauwelaerts mag zich baas van 3M in Europa noemen. Patrick Tillieux behoort tot de top van het grootste Duitse mediabedrijf, ProSiebenSat1. Rudy Provoost maakt het mooie weer bij Philips Lighting. In China managet Koen Van Praet twee biotechbedrijven en in Japan is Hans Rubens een van de bazen van Konishi Brewing Company. Op creatief vlak staan Vlamingen aan het hoofd van Jil Sander, Dior, Hugo Boss en de Opera van New York. En zo kunnen we nog even door.

Punt is dat er duidelijk wat in ons water zit. Alleen zijn we een onverbloemd managersvolk en geen ondernemersnatie. Dat is een essentieel verschil omdat ondernemers risico's nemen, terwijl managers in se loonslaven zijn. Maar waarom managen wij Vlamingen liever dan risico te nemen? Waarschijnlijk kunnen ook hier de simpelste wetten uit de economie helpen om een antwoord te formuleren.

Als je kijkt naar de Vlaamse economie sinds 1945 zie je dat we lang in trek zijn geweest als vestigingsplaats voor buitenlandse dochterondernemingen. Die zochten veel personeel en waren bereid daar goed voor te betalen. Vandaag zijn we minder populair als investeringsland maar zorgen de vergrijzing en de ontgroening voor krapte op de arbeidsmarkt. In beide gevallen speelt de wet van vraag en aanbod. Hoe meer banen en hoe minder kandidaten, hoe hoger het loon. Hoe hoger het loon, hoe groter de verleiding om een free rider te zijn, volgens Johan Albrecht van Itinera. Een free rider wacht tot anderen in zijn plaats banen hebben gecreëerd en gaat dan solliciteren. Op zich niets mis mee.

Alleen mag je basis van ondernemers niet zo klein worden dat je als regio zelf nog maar weinig nieuwe bedrijven uit de grond stampt. Die zijn essentieel voor het proces van creatieve destructie en innovatie. En alleen wie zelf innoveert gaat er op vooruit.

donderdag 08 mei 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy