homo economicus

Elke week pijnigen wij onze hersenen om u een verse schijnbare tegenstelling voor te schotelen. Maar nog nooit zijn we stil blijven staan bij de een van de meest opvallende paradoxen uit de economie. Hoe irrationeel is het om een hele wetenschap te grondvesten op het model van de rationele mens? Daar moet je, lijkt ons, behoorlijk betoeterd voor zijn. En toch is de rationele homo economicus een basisfundament van de economie.

Economie stamt etymologisch van de Griekse woorden oikos (huis) en nomos (regels). De regels van de huishoudkunde vormen dus de ruggengraat van de economische wetenschap. Lionel Robbins schreef in 1932 dat de gedragswetenschap economie zich toespitste op het menselijk gedrag als een relatie tussen een doel en schaarse goederen die voor verschillende doeleinden kunnen worden aangewend. Fundamenteel gaat economie dus over het maken van keuzes.

In de studie van die keuzes gaan de meeste economen ervan uit dat mensen rationele beslissingen nemen. De ratio zou immers de kortste weg zijn naar het vervullen van onze individuele belangen. De homo economicus is de mens die gedreven wordt door zijn eigen belang, rationeel handelt, onnodig werk vermijdt en de vereiste inschattingen kan maken om die doelen te bereiken. Op deze man is de gehele economische wetenschap gebaseerd. Het enige probleem is dat ik hem nog nooit tegen het lijf gelopen ben. De homo economicus bestaat namelijk niet.

De Oostenrijkse School van economen vond zo'n fictieve modelmens als basis voor een wetenschap al een behoorlijk gek idee. Dan Ariely, professor aan het MIT, spit deze frivoliteit nu verder uit. In zijn pas verschenen boek Predictibly Irrational houdt hij ons, irrationele wezens, een spiegel voor. De enige constante die hij bespeurt in ons beslissingsproces is illogica. Zijn boek somt voorbeelden op van onoordeelkundige economische beslissingen. Zo hechten we meer waarde aan iets wanneer we er een hogere prijs voor betaald hebben. Of laten we ons beïnvloeden door relativiteit. Zo tonen experimenten aan dat u tien keer meer kunt verdienen dan vorig jaar en daar toch ongelukkig over kunt zijn. Dat komt dan door uw collega's. Als die meer verdienen dan u, dan bent u ervan overtuigd dat u onderbetaald bent. Of neem de zinsverbijstering die over ons neerdaalt bij de aanblik van het 'gratis'. Vraag je mensen of ze graag een truffel van een duur merk willen kopen voor 15cent of één cent betalen voor een chocoladedropje, dan kiest drievierde van de kopers voor de truffel. Wanneer de prijs van beide chocoladesnoepjes met 1cent vermindert (een truffel kost dan 14cent, het dropje wordt gratis) dan kiest plots maar een derde van de kopers om een truffel aan te schaffen. Logisch? Nee. Maar gratis.

De professoren Tversky en Kahneman gingen Ariely al voor in het bewijzen dat we allesbehalve rationeel zijn. In een bekend experiment vroegen ze studenten eerst aan een rad te draaien met cijfers en vroegen hen vervolgens hoeveel Afrikaanse landen er lid zijn van de Verenigde Naties. Wat bleek? Hoe hoger het cijfer op het rad, hoe hoger de studenten het aantal Afrikaanse VN-leden inschatten. Logisch? Nee. Maar het 'anker' principe heeft al menige economische beslissing beïnvloed.

Met andere woorden, de homo economicus is allesbehalve een levensechte afspiegeling van hoe wij beslissingen nemen. Al blijken sommige voorspellingen van economen, op basis van de homo economicus, zichzelf waar te maken. Verschillende studies hebben namelijk aangetoond dat studenten economie na hun studie meer uit eigenbelang handelen dan ervoor. Of hoe ook economie niet ontsnapt aan het axioma van life imitating art.

donderdag 27 maart 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

BOMA EN DE COLLEGA’S

Gisteren las ik in De Standaard dat bijna drie Vlamingen op de vier ondernemers als de motoren van de economie zien. Dat moet blijken uit een enquête bij vijfduizend Belgen. Geen slecht resultaat voor een land dat lange tijd Balthazar Boma gelijkstelde met het archetype van de zakenman. Er is dan ook enkele jaren keihard gewerkt aan een kentering van dat karikaturale imago. Maar daarmee zijn we er nog niet. Met maar twee procent van de ondervraagden die ook maar overweegt een eigen bedrijf te beginnen, zullen we het niet ver schoppen in de wereldeconomie. Stel je voor: 98% van onze samenleving teert op het risico dat enkele Belgen nemen. Effectief die stap doen, staat in onze risicoschuwe samenleving blijkbaar nog steeds gelijk met het opvangen van een draaiende kettingzaag.

Het echte nieuws zat volgens mij elders in de enquête. Het algemene imago van een ondernemer mag dan best positief zijn, één bevolkingsgroep houdt er een duidelijk andere mening op na: de ambtenaar.

Negen op de tien ondernemers vinden -verrassend!- dat zij de drijvende kracht van de economie zijn. De overgrote meerderheid van de ondervraagde arbeiders, bedienden en niet-actieve Vlamingen zijn het daarmee eens. Alleen bij de ambtenaren gaat minder dan de helft van de respondenten akkoord met die stelling. Een even gering percentage staatsdienaars vindt dat 'ondernemer worden een volwaardige carrièrekeuze' is. En meer dan tien procent van de ambtsdragers vindt dat het welslagen van succesvolle ondernemers vaak ten koste gaat van werknemers of de overheid. Ondernemers lijken dat te voelen. Een meerderheid van hen is van oordeel dat ambtenaren negatief staan ten opzichte van hen. Gebaseerd op bovenstaande cijfers is het niet verwonderlijk dat het aantal ambtenaren dat ondernemersplannen heeft, te klein is om te registreren.

Het is dus duidelijk: ondernemers komen van Mars, ambtenaren van Venus. Nochtans spelen beiden een cruciale rol in onze economie. Dat we elkaar niet meer verstaan, is vrij letterlijk te nemen. Zo kreeg ik onlangs een vriendelijk briefje van de Eerst Aanwezend Inspecteur Belastingen en Invordering, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, Sector btw in mijn bus. Dat begon zo: 'Ik heb de eer U eraan te herinneren dat, overeenkomstig artikel53 quinquies van het btw-wetboek, U ertoe gehouden bent om uiterlijk op 31maart de listing in te dienen van alle belastingplichtige afnemers waarmee U in het jaar 2007 handelingen hebt verricht voor een totaal bedrag, zonder btw, van minstens 250,00EUR.' Het kan aan mij liggen, maar dat heb ik twee keer moeten lezen. We hebben dus communicatieproblemen, maar we kijken ook op een andere manier naar de wereld. Menig beambte kijkt vol wantrouwen naar wat de man of vrouw met zin voor initiatief uitspookt. Terwijl een moderne overheid er juist voor zou moeten zorgen dat die mannen en vrouwen worden bijgestaan door een efficiënte en vlotte administratie. Het beeld van DeCollega's klopt al lang niet meer op vele plekken bij de overheid, maar toch zou dat nog een behoorlijke cultuurschok betekenen in veel administraties. Natuurlijk moet de overheid waken over de toepassing van haar regels, maar laat dat de taak zijn van diverse inspecties.

Zo'n vervreemdingsevolutie is het resultaat van het fenomeen 'onbekend is onbemind'. Waarom zouden niet meer ondernemers ambtenaren gedurende enkele weken laten meedraaien in hun bedrijf? En zouden niet meer bedrijfsleiders een kijkje kunnen gaan nemen bij de overheid? Een Open Bedrijvendag voor beiden misschien? Er zal in elk geval iets moeten veranderen willen we samen van Vlaanderen de meest ondernemende regio van Europa maken en eens en voor altijd Boma en Jomme Dockx achter ons laten.

donderdag 20 maart 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Tabacoloog

Als taal een barometer is voor het innoverend vermogen van een samenleving, dan zitten we in Vlaanderen op een wolk. De laatste paar weken ben ik er extra op gaan letten. De VN mogen er dan al zo het hunne van denken, voorlopig zal de gemiddelde inwijkeling die een inburgeringcursus moet volgen zijn best moeten blijven doen om onze uitdijende woordenschat meester te worden. Dus straks geen sociale woning meer voor een Roemeen die het woord 'tabacoloog' niet kent.

Enkele inwoners van Leuven die ik op straat naar de vermeende betekenis van het woord 'tabacoloog' vroeg, dachten dat het om een socioloog ging die zich specialiseerde in het fenomeen dat hun burgervader is. Niets is minder waar. Een tabacoloog is volgens minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS) eenvoudigweg een 'rookstopbegeleider'. Bij navraag slaan beide termen op een dokter, een psycholoog of een andere opgeleide medemens die u helpt bij het ontwennen van tabak. De minister beloofde deze week de terugbetaling van tabacologische diensten. Daarmee riep ze meteen een hele nieuwe industrie in het leven. Taalkundige en economische innovatie, hand in hand.

Maar wij zijn niet de enigen die nieuwe begrippen en beroepen uitvaardigen. Onze noorderburen springen ook best vernieuwend om met hun taal. Weet u bijvoorbeeld wat 'klapvee' is? Jo met de Banjo wel. De Vlaamse applausmeester par excellence ontvangt voor elke aflevering van De zevende dag een buslading bejaarde toeschouwers die gedwee studio1 aan de Reyerslaan worden binnengeleid na het gebruiken van een kopje koffie. Eens de begingeneriek is afgelopen en presentator Alain Coninx diep in de lens kijkt om de spannende onderwerpen aan te kondigen, zit het eerste applaus van het klapvee er al op. En zoals enkele weken geleden uitgebreid gedocumenteerd werd in deze krant, leidt ook het klapvee tot een geheel nieuwe economische branche.

Het klapvee van De zevende dag krijgt na afloop taart en een geleide wandeling door de hoofdstad. Uitverkoren klapvee wordt tegenwoordig zelfs contant betaald. Zet je dan 'klapkoe' op je visitekaartje?

Negen verdiepingen hoger dan studio1, bij de directie van de Vlaamse radio- en televisieomroep, hebben ze ook wel een handje weg van nieuwerwetse woorden. Eind vorig jaar deed daar het begrip 'wentelpremie' zijn intrede. De werknemers van de openbare omroep, nu allemaal opgesloten in een bol, hebben het laatste jaar behoorlijk wat veranderingen ondergaan. Voor al dat wentelen werden ze op het einde van vorig jaar beloond. Met een wentelpremie.

'Hangjongeren' kende ik al. Maar met de 'hangbejaarden' heb ik vorig weekend uitgebreid kennis gemaakt. De tegelwinkel in de buurt hield vorige week een opendeurdag, net op het moment dat ik een hoge nood aan tegels ervoer. Overal bij de tegelboer stonden voor de gelegenheid tafeltjes met drank en versnaperingen. En aan elk tafeltje zaten een aantal grijsharige ouderen van dagen. Rustig aan een colaatje nippend en keuvelend. Geen hond die in de verste verte geïnteresseerd was in een tegeltje. Eefje, de binnenhuisinrichtingsconsulente die vroeger gewoon 'tegelverkoopster' heette, bevestigde de dagelijkse aanwezigheid van het gezelschap. 'Tja, dat gebeurt steeds tijdens onze opendeurdagen', en ze keek daarbij naar de onbeschaamde senioren vlak voor haar bureau als betrof het een mierenplaag.

En ten slotte kon de meubelgigant uit Scandinavië niet achterblijven bij het uitvinden van een nieuw werkwoord. Vanaf nu heet het willekeurig verplaatsen van je meubilair om zo tot een nieuwe en betere kamerindeling te komen 'husselen'. Op de website www.husselen.nl kun je bijvoorbeeld de ideale husselmuziek downloaden. Op de husselmarkt kun je overbodig meubilair husselen. Enzovoort.

donderdag 13 maart 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

De kunst van het nietsdoen

Niets doen is vaak het beste wat je kan doen. Nochtans bestaat daar in onze actiecultuur enige argwaan over. Mensen die niets doen, zijn lui. Mensen die doen alsof ze iets doen, zijn ondernemend. Daarom bezondigen we ons te vaak aan actie om de actie zonder de effectiviteit van onze daden in overweging te nemen. Wat we dus vaak vergeten, is dat inactie ook een optie is.

Ik zeg dat niet, een artikel in The Journal of Economic Psychology beweert dat. Een paar onderzoekers van de Ben Gurion Universiteit vonden een origineel onderzoeksveld om hun these over onze vooringenomenheid te testen: het voetbalveld. De onderzoekers gingen niet over één nacht ijs en verzamelden meer dan 300 eerste-klassestrafschoppen uit de hele wereld. Op basis van die gegevens berekenden ze de waarschijnlijkheid waarmee een doelman een strafschop kon tegenhouden op basis van een aantal beslissingen die hij kan nemen. Zo kan hij blijven staan in het midden van zijn doel, naar links springen of zich naar de rechterkant van zijn hok begeven. Het resultaat? Links springen stopt 14% van de strafschoppen, rechts uithalen 13%. Niets doen -en dus in het midden blijven staan- houdt 33% van de ballen tegen. Een doelman die naam waardig zou dat dus intuïtief moeten weten. Maar vreemd genoeg blijkt uit hetzelfde onderzoek dat een doelverdediger in slechts 6% van de strafschoppen in het midden van zijn doel staat. Dat komt doordat doelmannen zich achteraf veel slechter voelen wanneer de bal binnengaat en zij in het midden van hun goal zijn blijven staan. Een gevoel dat minder erg is wanneer ze voor een kant kiezen en de strafschop binnenlaten. Dat heet dan de action bias. En het is waarschijnlijk gerelateerd aan de hoeveelheid vitriool die keepers over zich heen krijgen wanneer ze ogenschijnlijk niets deden en de tegenpartij hebben laten scoren.

Het is niet anders in de zakenwereld. Zakendoen staat immers gelijk met doortastend ingrijpen, snel reageren en de wereld in beweging zetten. Een vluchtige blik op de managementliteratuur bevestigt die stelling. Tom Peters' bestseller In Search of Excellence begint met het adagium dat een goed manager action bias tentoonspreidt. Titels van andere managementboeken zoals Strategisch Management in Actie en De Actiekit voor de Moderne Manager laten weinig aan de verbeelding over. Bedrijfsresultaten slecht? Onmiddellijk actie ondernemen of de beurs straft je af. Hoewel niets doen soms tot betere resultaten leidt.

Carly Fiorina, ooit de grote baas van HP, kan daarvan meespreken. In 2005 kampte ze met tegenvallende resultaten en Wall Street schreeuwde om actie, en vond zelfs dat niets minder dan een opdeling van het bedrijf op zijn plaats was. Maar Fiorina hield vast aan haar strategie. Het bedrijf liet haar echter los. Het aandeel steeg van 20 naar bijna 50dollar, want het bedrijf had uiteindelijk iets gedaan. Dat haar opvolger zegt enkel de visie van zijn voorgangster uit te voeren, lijkt niemand te deren. Het bedrijf was daadkrachtig want het had zijn ceo op straat gezet.

Politici die ons economisch beleid uitstippelen, lijden aan dezelfde onweerstaanbare drang tot actie. Wordt het probleem van de stijgende energiekosten voor sommige bevolkingsgroepen breed uitgesmeerd in de krantenkolommen, dan moet een beetje politicus onmiddellijk -liefst wetgevende- actie ondernemen. Terwijl het soms beter is even niets te doen en wat langer na te denken. Dan zouden de stookoliecheques misschien wél terechtgekomen zijn bij de mensen die ze het meest nodig hadden. Maar dan loop je in onze samenleving het risico als weinig daadkrachtig te worden afgeschilderd.

Van nietsdoen komt niet altijd niets. Dat beseffen op momenten dat de roep om iets te doen het grootst is, is een kunst. Want soms bereik je meer door (even) niets te doen.

donderdag 06 maart 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy