Wat we zelf doen…

Wat we zelf doen, doen we beter, moet Gordon Brown hebben gedacht. En dus nationaliseerde hij maandag prompt een bank. De Labour-premier draait zijn hand niet om voor het beheer van een faillerend bankje meer of minder. Hij heeft tenslotte tien jaar de Britse financiën gerund. Als we Brown mogen geloven, gebeurt de nationalisatie van Northern Rock, de bank in kwestie, in het belang van de Britse belastingbetaler. Want zeg nu zelf, wie is er beter uitgerust om een financiële instelling te runnen dan een handvol beroepspolitici? Dat die vorig jaar nog de gegevens van 15miljoen belastingbetalers in Engeland kwijtspeelden, moet Brown ontsnapt zijn. En bij het feit dat het vreemd is voor de overheid om als bankeigenaar over de gegevens van miljoenen belastingbetalers te beschikken, zal hij nog niet hebben stilgestaan. Van kameraad Hugo Chávez had ik zoiets verwacht. Bij Vladimir Poetin is het gewoon een vorm van goed bestuur. Maar een West-Europees regeringsleider die zijn heil zoekt in nationalisering blijft in deze tijden van de vrije markt erg, euh, innovatief.

Laat ons beginnen bij het begin. Northern Rock is een Britse bank die vorig jaar in de problemen kwam toen de wereldwijde kredietcrisis uitbrak. De bank stond leningen toe voor veel te hoge bedragen aan weinig kredietwaardige debiteurs. Die gingen een voor een bankroet. Zodra dat gebeurde, had de Rock te weinig geld om zijn klanten hun eigen deposito's terug te betalen. Daarop besloot de Britse overheid in september vorig jaar om met 25miljard pond over de brug te komen en de bank te redden. De redenering was dat het tenslotte om zesduizend jobs en de mensen hun spaarcenten ging. Toch sympathiek van die Britten, zult u zeggen, om een bankbedrijf van de ondergang te redden. Niets is minder waar. Het was beter geweest voor de Britse economie om de bank in september failliet te laten gaan. Geen goed nieuws voor de werknemers en beleggers van de bank, maar met een fractie van de 125 miljard pond die de regering er nu in pompt, waren er betere alternatieven.

Jozef Schumpeter, de vader van het innovatiedenken in de vorige eeuw, draait zich om in zijn graf. Hij zei immers dat een innovatieve economie door transformatieprocessen gaat waarbij de zwakkere spelers uit de markt worden gedreven door nieuwe, betere en inventievere spelers. Zoiets heet 'creatieve destructie'. Elke interventie die bedrijven afschermt van de prikkels van concurrenten, doodt innovatie. Op termijn neemt zo het vermogen van die bedrijven om creatief te zijn af en lijdt de hele economie onder een verminderde innovatiekracht.

Bij Northern Rock wilden twee consortia -een geleid door Richard Branson, een ander door het management- de bank overnemen. Maar de regering besliste dat dat niet in het 'beste belang' was van de aandeelhouders. Dat kunnen we begrijpen in het geval van een buy-out door het huidige management. Zij veroorzaakten immers deze knoeiboel. Maar het is cynisch dat de overheid niet durfde te verkopen aan Branson uit schrik dat er kritiek zou komen op de lage verkoopprijs indien Branson de bank binnen enkele maanden weer gezond zou maken. De redenering dat dat te veel aan de belastingbetaler zou hebben gekost, is zo lek als een zeef. Nu mag de arme Brit namelijk nog eens 100 miljard pond extra ophoesten in bijkomende overheidsgaranties. En het is de regering die zal beslissen wanneer de marktomstandigheden gunstig zijn voor een verkoop. Bij ons kan de regering amper de douane via internet laten verlopen; kan u zich voorstellen dat ze u binnenkort vertellen hoe u uw spaarcenten best belegt? De kleine spaarder, die ook vaak aandeelhouder is, mag nu bang afwachten wat hij voor zijn aandelen zal krijgen. 'Nationalisatie' rijmt in de praktijk dus niet op 'innovatie'.

donderdag 21 februari 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Bonjour Jérôme,

Mijn pen tintelde vorige week al om je mijn felicitaties over te maken. Het gebeurt niet elke dag dat een doodgewone makelaar bij een bank met een klinkende naam als Société Générale 50miljard euro op het spel zet. Nu je deze week voor het eerst zelf de muur van stilte hebt gesloopt, moeten me toch een aantal dingen van het hart.

Eerst en vooral: proficiat. Je bent het levende bewijs van wat de kracht van een vindingrijk individu vermag. Wij horen namelijk steeds van onze vele regeringen dat ze weinig tot geen enkel vat hebben op de grote golven van de mondialisering en de ondoorgrondelijke bewegingen van de globale markten. Dankzij jou weten we nu dat niets onmogelijk is zolang we groots denken. Je was vroeger een dikkerdje, las ik gisteren in de krant. En er werd nogal smalend over je carrière gedaan door je ambtsbroeders. Trek je daar maar niets van. Je geeft je ex-collega's toch maar mooi het nakijken met al die persaandacht. En is er al een van hen even vernuftig gebleken in het opzetten van financiële constructies? En dan hebben we het nog niet over je toekomstige lucratieve loopbaan. Je advocatenkosten zullen ongetwijfeld verbleken naast de inkomsten uit je tell-all memoires.

Maar je schranderheid beperkt zich niet tot ingenieuze financiële transacties. Je slaagt er ook in om de linkerzijde in Frankrijk te doen supporteren voor jezelf, een beursmakelaar. En daarbij speel je het klaar om een rechtse president op linkse gedachten te brengen. Knap.

Ik verklaar me nader. Een dikke week geleden riep weldenkend links je, bij monde van La Libération, uit tot een echte held. Even was je een hedendaagse Don Quichote die ten strijde trok tegen het grote financiële systeem en zijn excessen. Jammer dat ze bij die krant de drukpersen niet konden stilleggen om je verhoor af te wachten. Daarin gaf je ootmoedig toe dat je enkel uit was op een grotere bonus. Exit Robin Hood.

Terwijl het journaille ter linkerzijde jou per abuis tot nationale held uitriep, lijkt rechts Frankrijk verkeerdelijk een linkse president te hebben geïnstalleerd. En we zinspelen hier niet op de vrijgevochten Première Dame, maar op Le Omniprésident Même. Want de gemoederen in menig Parijs petit café raken dezer dagen danig verhit over het lot van Frankrijks op één na grootste bank, je ex-werkgever. Door jouw eenvoudige toedoen is het nu een overnamedoelwit. En niets jaagt onze zuiderburen zo in de gordijnen als een Frans kroonjuweel dat mogelijk in de handen van barbaren zou vallen. Monsieur Sarkozy spreekt dan over de noodzaak om Franse nationale kampioenen te beschermen. Dat deed hij al met het industrieconcern Alstom, waar hij als minister van Economie een belang in nam zodat het uit Duitse handen bleef. Pepsico durfde in 2005 zelfs geen bod uitbrengen op Danone -een andere (plotse) Franse trots- na dreigende regeringstaal. Hetzelfde gebeurt nu met SocGen, waarvan premier Fillon in het parlement zei dat het een 'grote Franse bank is en blijft'. Zou het kunnen dat het onrechtstreekse belang van de Franse regering in de helft van de veertig grootste Franse beursgenoteerde bedrijven meespeelt?

Alleen vreemd dat de Galliërs hun principes selectief toepassen. Zelf blijken je landgenoten geen graten te vinden in het overnemen van andermans nationale trots, denk maar aan Electrabel. De Oeso pleit voor een halt aan het contraproductief economisch nationalisme, maar uw Hyperprésident zegt niet onder de indruk te zijn. Nochtans maakt het ons op termijn collectief armer. Doordat bedrijven worden afgeschermd van de competitie, hebben ze bijvoorbeeld minder de neiging om te innoveren. En hebben ze vaak nog meer bescherming nodig om te overleven. Totdat geen enkel medicijn meer helpt.

Wat jij allemaal klaarspeelt in een paar weken tijd, Jérôme, daar is maar één woord voor: chapeau.

donderdag 07 februari 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy