Kennis remt innovatie

Bill Gates verklaarde gisteren in Parijs voor een propvolle aula studenten dat hij zijn vaste baan opgeeft omdat hij te oud wordt. En ook wel omdat hij meer dollars heeft verzameld dan hij in een leven kan uitgeven -maar daar gaan we nu even aan voorbij. Eén uitspraak van hem fascineert me: 'Mensen onder de 25 zullen altijd blijven instaan voor een disproportioneel deel van de innovatie. In zekere zin weet je gewoon te veel wanneer je ouder wordt. En dat is me al overkomen. Ik heb mezelf er al op betrapt dat ik zei: Nee, dat kunnen we niet doen.' Dat is een interessante stelling. Hoe meer we weten, hoe minder innovatief we zijn.

Mmm, het lijkt gek, maar het is wel logisch. Stel, u bent een expert op het vlak van marketing en hebt een vergadering met collega-marketeers. Uw gesprek draait meteen om CPM's (cost per thousand) en SEO (search engine optimalization). Iemand uit pakweg de hr-wereld zou snel moeite hebben om te volgen, want bij dat jargon hoort ook een hele set van onbesproken veronderstellingen. Bijvoorbeeld het belang van het drukken van CPM en het verbeteren van SEO. En daar wringt nu net het schoentje. Op een bepaald ogenblik wordt het bijna onmogelijk om verder te kijken dan wat je al weet. Out of the box-denken wordt dan een utopie, omdat de muren van die doos steeds dikker worden naarmate je meer kennis opdoet. Een marketingexpert doet aan SEO, dat spreekt voor zich. En bij het uitvoeren van die taak hoeft hij niet lang na te denken. Dat doe hij gewoon door metatags en zoveel mogelijk links naar een website in te bouwen. Iemand die dat in twijfel trekt, kent zijn vak niet.

Innovatie vaart wel bij een onbevangen blik op de wereld. Het helpt om veronderstellingen in twijfel te trekken om bijvoorbeeld een goed product te ontwerpen. Er bestaat geen beter voorbeeld dan de afstandsbediening van een dvd-speler om aan te geven hoe remmend kennis kan werken. Op mijn afstandsbediening blinken 52knopjes, al heb ik er maar vier nodig. Die andere 48 zitten daar omdat een stel slimme ingenieurs vond dat ze stuk voor stuk onontbeerlijk waren. Een paar minuten overleg met hun vrouw had waarschijnlijk volstaan om er een bruikbaar product van te maken. Als je enkel mensen van binnen in de doos naar een product laat kijken, krijg je 52knopjes waarvan elke ingenieur ongetwijfeld de functie kent, maar voor de overgrote meerderheid van consumenten hebben ze gewoon een te verwarrend product gemaakt. Productdesigners zijn, zoals ieder andere vakman, vervloekt door hun kennis. Als resultaat slagen ze er niet meer in om hun idee helder over te brengen op mensen die niet tot het groepje experts behoren. En maken ze weinig gebruiksvriendelijke producten.

Een simpele manier om dat probleem op te vangen is om mensen die geen expert zijn uit te nodigen om vergaderingen bij te wonen. Op de VRT bijvoorbeeld is die praktijk schering en inslag wanneer nieuwe programma's bedacht worden. De 'vreemde eend' helpt algemeen aanvaarde kennis opnieuw op de helling te zetten. Zo iemand verplicht een team om de veronderstelling waaruit ze vertrekken, opnieuw uit te leggen. Vaak ontstaat zo een discussie over wat de experts als vanzelfsprekend beschouwen. Bijvoorbeeld: waarom zou een radioprogramma niet op tv kunnen? En zulke discussies leiden vaak tot echte innovaties.

Bill Gates zou dus wel eens gelijk kunnen hebben. Hoe ouder we worden, hoe slimmer we worden maar hoe minder vernieuwend we zijn. Maar er is ook goed nieuws. Een professor in Nieuw-Zeeland heeft zijn leven gewijd aan het bewijzen dat we elk jaar drie tiende IQ-punt slimmer worden. Wanneer we de IQ-winst terugprojecteren naar 1900, zou de gemiddelde score toen minder dan 70 geweest zijn in huidige termen. Dat is het punt waarop iemand vandaag als mentaal gehandicapt wordt beschouwd. Die IQ-winst zou het gevolg zijn van het feit dat we steeds beter worden in het toepassen van onze intelligentie op abstracte concepten. Of ook ons IQ een negatief effect heeft op ons vermogen om nieuwe dingen te scheppen, is gelukkig nog niet bewezen.

donderdag 31 januari 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

moe nie treur nie

Kaapstad. Tijdens mijn eerste hap van een struisvogelsteak ging het licht uit. De noodgenerator deed gelukkig snel wat van hem verwacht werd. Een Zweeds-Engels paar dat het romantisch vond om in Kaapstad te trouwen had minder geluk. Zij moesten hun eeuwige gelofte in het donker afleggen. Romantisch, maar lichtjes vervelend als je niet zeker weet wie er tegenover je staat. Het lachen verging hun gasten pas echt toen ze de volgende dag samen met negenhonderd andere toeristen op de top van de Tafelberg vast kwamen te zitten door een stroomonderbreking.

'Ons het geen reserwekrag vermoë meer oor nie. Elke skielike opswaai in die vraag kan tot kragondebrekings lei', verklaarde het hoofd van de Zuid-Afrikaanse nationale elektriciteitsmaatschappij gisteren in de krant Die Burger. Het land geniet van een bloeiende economie en creëert nieuwe industrieën, maar kampt daardoor met een gigantisch energietekort, dat op zijn beurt de groei bedreigt. Maar terwijl het energietekort treurig is voor een land dat tuk is op buitenlandse investeringen, is het niet al kommer en kwel in Suid-Afrika.

De filmsector is een goed voorbeeld van de vernieuwde economie die het land wist uit te bouwen sinds het einde van de Apartheid. Alleen al in Kaapstad staan er bijvoorbeeld tachtig filmprojecten op stapel. Tijdens de maand februari. Als je weet dat aan elk project gemiddeld vijftig mensen meewerken, weet je dat de filmindustrie cruciaal is om een gat te slaan in de torenhoge werkloosheid.

Een andere nieuwe industrie die hoogtij viert, is het nip and tuck-toerisme. Meer en meer toeristen combineren een facelift met een safari. En besteden zo drie keer meer dan een gemiddelde bezoeker. Een idee waar wij trouwens wat van kunnen opsteken. Waarom promoten wij geen citytrip Brugge in combinatie met de excellente gezondheidszorg van ons land? Het zou de medische factuur voor de Vlamingen in ieder geval drukken.

De film- en medische industrie mogen dan de moderne Zuid-Afrikaanse economie illustreren, het land kampt terzelfder tijd met de problemen van elk ontwikkelingsland. Het belangrijkste daarvan is vandaag het nijpende energietekort. De huidige regering probeert voor de dag te komen met een paar vernieuwende oplossingen. Hoewel, ook daar is er niet veel nieuws onder de zon. De verkeerslichten in Kaapstad werken binnenkort op zonne-energie. Subsidies tot 50procent moeten bedrijven aanzetten tot energiezuinige installaties, de importtaks op stroomgeneratoren is geschrapt en oude centrales worden opnieuw geopend.

Het origineelste recept komt ook uit de oude doos. Het hele land debatteert nu over de invoering van de zomertijd. Daarmee zou Zuid-Afrika pas het vierde Afrikaanse land, na Egypte, Tunesië en Namibië, zijn dat daarin het noordelijk halfrond volgt -dat op zijn beurt druk debatteert over de afschaffing van de zomertijd. Meer licht 'savonds moet tot meer buitenactiviteit leiden en zo tot minder energieverbruik. Optimistische berekeningen schatten dat zo één procent van het nationale energiegebruik afgeschaafd kan worden. Een andere radicale oplossing is het land opsplitsen in twee verschillende tijdzones. Dat zou de piek in energieverbruik drastisch naar beneden halen.

Bedrijven reageren verdeeld. Art Goosen is een ondernemer die het beu is zijn bedrijf op stroomgeneratoren te laten draaien. Hij pakt zijn boeltje en verhuist naar Amsterdam. De lokale kamer van koophandel vindt dat bedrijven moeten ophouden met klagen en moeten starten met energie te besparen. Ook hier komen bedrijven inventief uit de hoek. In Durban heeft één bedrijf alvast niet gewacht op de rest van het land en gewoon zelf de zomertijd ingevoerd voor zijn werknemers. Zij beginnen 'sochtends om zeven uur en klokken uit om halfvier, net op tijd om hun kinderen aan de schoolpoort op te wachten. Ondertussen hebben tachtig bedrijven uit Durban dat voorbeeld al gevolgd.

donderdag 24 januari 2008 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Borrelen

Voor sommige mensen komt er nooit een einde aan de foltering. Net nadat u het kerstfeest op uw bedrijf had overleefd - waar u zorgvuldig de vrouw van de baas vermeden had; met enig succes, en in tegenstelling tot vorige editie, geen eigen versie van YMCA ten beste had gegeven; en u erin geslaagd was om de evaluaties van uw medewerkers uit te stellen tot 24uur na uw derde Martini - kwam de volgende klip al in zicht. Kerst in familiale kring. Ja, dat betekende zowel bij uw eigen familie als bij die van uw partner. Dat was uiteraard alvorens u bij grootouders, nonkels en tantes langs ging op nieuwjaarsdag. Gelukkig kon u van dit alles uitblazen op uw werk. Niet dus. U was het receptieseizoen vergeten. De aftrap daarvan werd vorige week maandag gegeven. Wanneer u dit leest, is de tweede helft begonnen. Het vraagt wat stamina, maar het einde van de tunnel is in zicht.

Onze noorderburen hebben een onderzoek gedaan naar het meest efficiënte innovatie-instrument. Wat bleek? Borrelen. Het ontmoeten van mensen die met ideeën bezig zijn en die in aanraking komen met mensen die andere ideeën uitwisselen met hen, levert vernieuwing op.

Waar een klein land groot in kan zijn. Zonder het te beseffen hebben wij een enorme troef in handen. Omdat Vlaanderen maar een zakdoek groot is, loop je hier om de haverklap iedereen tegen het lijf. Iemand met een beetje panache kan elke avond van de week de minister-president tegen het lijf lopen, de voorzitter van Voka, de gedelegeerd bestuurder van de haven of de manager van het jaar ontmoeten. Stel, je bent een jonge kerel met een stout business-idee. Dan trek je toch je stoute schoenen aan en ga je toch op zoek naar mensen met geld die je willen sponsoren of bijstaan.

Als we de theorie van de Nederlanders geloven dan zouden we dus één van de innovatiefste regio's in de wereld moeten zijn. We borrelen hier immers dat het een lieve lust is. Deze en vorige week treft Vlaanderen zichzelf op de nieuwjaarsrecepties van Voka in Antwerpen, de lokale kamers van koophandel, politieke partijen, de Participatiemaatschappij Vlaanderen en diverse raden van bestuur.

Het probleem is echter dat er weinig innovatie uit al dat netwerken komt. Een beetje professionele receptieganger komt immers dezelfde paar honderd mensen tegen. Het wordt moeilijk om dinsdag iets te verzinnen wat je woensdag tegen dezelfde persoon op een andere receptie zegt, te midden van dezelfde mensen als gisteren. Het zou een leuk voornemen zijn voor elke organisatie om elk jaar iedere invité op zijn minst twee nieuwe personen te laten meenemen.

donderdag 17 januari 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

De autoriteit van het idee

Wat is er mis met onze universiteiten? En wat kunnen we leren van een van 'swerelds beste instituten voor hoger onderwijs? Niemand beter dan Lawrence Summers om daar wat inzicht in te verschaffen. Hij is niet zomaar de eerste de beste yankee, al is Summers beslist wel old school. Letterlijk dan. Op zijn cv staan jobs als hoofdeconoom van de Wereldbank, minister van Financiën onder president Bill Clinton en, meest recent, president van Harvard University. Hij was dinsdag te gast op een geslaagd evenement van het Itinera Instituut in Brussel (DS 9januari). Daar liet hij zijn licht liet schijnen over de toekomst van de universiteit en de belangrijke rol die ze speelt op het vlak van innovatie. De Verenigde Staten worden in deze contreien vaak geciteerd vanwege allerhande excessen, maar zelden hoor je een onvertogen woord over de Amerikaanse Ivy League-universiteiten. Wat maakt die instellingen tot fabrieken van vernuft?

Volgens Larry Summers ligt dat onder meer aan de cultuur die heerst aan Amerikaanse hogescholen. Om dat vage begrip te illustreren vertelt hij een anekdote. Als president van Harvard doceerde Summers een cursus in wereldwijde kapitaalstromen aan eerstejaarsstudenten. Zoals steeds had hij zijn pupillen de opdracht gegeven om een aantal artikels te lezen en in de les van commentaar te voorzien. Bij die verplichte lectuur was een artikel van de hand van Summers zelf, geen leek in de materie. Het was immers tijdens zijn bewind als minister van Financiën dat de VS de langste periode van continue economische groei kende. En hij speelde een rol van betekenis bij het oplossen van de Aziatische financiële crisis. Tijdens de discussie over zijn artikel in de les, vertelt Summers, gaf een jonge student droogweg volgend commentaar: 'Het stuk is best interessant, President Summers. Alleen is het jammer dat uw gegevens nergens in de buurt komen van het bewijzen van uw stelling. Ik vond dan ook dat het tekortschoot.' De rest van de klas? Die stemde daar mee in.

Stel je voor. Een 17-jarige snotneus, amper vier weken op de Harvard-banken, verwijst zonder verpinken de theorie van zijn professor, een expert in zijn vakgebied en de rector van zijn universiteit, publiekelijk naar de prullenmand. Geweldig. Al vergat de gastspreker wel te vermelden dat hijzelf het slachtoffer werd van een van zijn uitspraken. Hij had beweerd dat vrouwen van nature minder aanleg hebben voor wetenschappen. Iets wat zelfs in het intellectuele wonderland dat Harvard heet niet door de beugel kon.

Met zijn verhaal steekt Summers, zonder het te weten, zijn vinger diep in de grootste wonde van onze Vlaamse universiteiten. Beeld je in dat dat hier gebeurd zou zijn tijdens een college van pakweg een professor economie. Terwijl Summers' klas achteloos naar het volgende artikel overschakelde, zou dezelfde opmerking hier een incident heten. Een voorval dat gegarandeerd nog enkele weken over de tongen zou gaan bij medestudenten en collega-professoren. Ik kon me tijdens mijn academische carrière niet voorstellen dat een Vlaamse student met gezonde slaagambities in een volle aula zijn hand zou opsteken om dergelijke kritiek te spuien. En ik spreek niet over de cultuur die decennia geleden in onze instellingen rondwaarde. Ik moet nog naar mijn tien-jaar-afstudeerreünie.

In tempore non suspecto pende ik voor het studentenblad Veto in Leuven een artikel over onderwijsvernieuwing. Professor Blanpain, groot voorstander van de Angelsaksische onderwijsprincipes, vatte ons onderwijssysteem toen gebald samen als: 'Wij lullen maar wat en jullie blokken die brol.' Dat illustreert treffend hoe we niet één, maar twee problemen hebben in Vlaanderen: studenten die niet mondig genoeg zijn, en professoren die niet voorbereid zijn op een botsing van ideeën tussen gelijken. Willen we Vlaanderen een stuk innovatiever maken, dan moeten we de idee van autoriteit ruilen voor de autoriteit van het idee.

donderdag 10 januari 2008 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Minder managers, meer innovatie

Vooruit dan, ook deze column waagt zich aan een prognose voor het nieuwe jaar. 2008 wordt het jaar waarin de functie van manager onder druk komt te staan. De managers zijn niet alleen met te veel, ze benaderen hun job ook te vaak op ouderwetse wijze. Daardoor houden ze vaak vernieuwing tegen in plaats van ze te stimuleren.

Het eerste probleem is dat vandaag iedereen 'manager' is. Een duur Engels woord kost nu eenmaal minder dan een loonsverhoging. Zo promoveerde de sanitair verantwoordelijke tot facilities manager. En verschilt het takenpakket van een office manager vaak in niets van wat een goede secretaresse presteert. Stil maar zeker rukt zo het leger managers op, een leger waarin elke soldaat strijdt voor zijn eigen territorium en manschappen. 'Iedereen manager' betekent meer bureaucratie. Meer bureaucratie leidt tot minder innovatie. Dat is een natuurwet.

Stilaan groeit het besef dat er iets moet worden gedaan. Herman Nauwelaerts, de grote baas van 3M, verklaarde vorig jaar op het Creativity World Forum dat het tijd was voor managers om uit de weg te gaan staan. En om de mensen van 3M te laten innoveren. Bij Belgacom moest vorig jaar een flink pak managers verdwijnen, net als in de farmasector. De openbare omroep VRT is van plan om evenveel programma's te maken met tien procent minder managers. Maar de manager geeft zich nog niet gewonnen en verovert voorheen onontgonnen terrein. De politiek, bijvoorbeeld. Een ex-VRT-manager leidt nu de links-liberalen van Spirit. Open VLD doet een beroep op een strategisch manager. Een oude spoormanager is de nieuwe voorzitter van de christendemocraten. De opmars is dus nog niet gestopt.

Een tweede probleem is dat de basisbeginselen van de managementdiscipline dateren uit de late negentiende eeuw, toen de toenemende industrialisering mensen nodig had die productiemiddelen zo efficiënt mogelijk besteedden. De Harvard Business School zag een gat in de markt en organiseerde de eerste Masters in Business Administration in 1921. Beide wereldoorlogen -met hun militair-organisatorische uitdagingen- hebben verder hun stempel gedrukt op het beroep. Net na de Tweede Wereldoorlog schreef Peter Drucker Concept of the Corporation, de bijbel van het moderne management. Sindsdien is er al heel wat veranderd, maar de fundamenten blijven gestoeld op een hiërarchische leest uit de vorige eeuw. Daar komt verandering in, al is daar in de praktijk nog niet overal wat van te merken.

Dat is een van de redenen waarom Gary Hamel, de oprichter van het Management Innovatie Lab, een lans breekt voor een nieuwe reeks managementopvattingen. In zijn nieuwe boek, The Future of Management, legt hij uit dat die vernieuwing gebaseerd moet zijn op meer inspraak van de 'gemanageden'. Een mooi voorbeeld van hoe minder managers meer tevreden klanten en betere resultaten kunnen opleveren illustreert Whole Foods. Die supermarktketen specialiseert zich in verse producten. Elke vestiging bestaat uit acht teams die autonoom werken maar één missie delen: Amerika gezonder voedsel voorschotelen. Ieder team kan zijn eigen leden aanwerven of ontslaan en beslist zelf over wat er in de rekken komt te liggen. Die vrijheid gaat gepaard met een flinke dosis verantwoording. Zo kan iedereen de resultaten van elk team openlijk consulteren en hangen bonussen helemaal af van de teamprestaties. Het interessante is dat alle lokale winkels snel op de markt kunnen inspelen en hun aanbod vernieuwen. Voor de bazen betekent dat dat ze niet langer hoeven te wachten tot een probleem zo wijdverspreid wordt dat het op hun radarscherm opduikt met de bijbehorende dure oplossing.

Minder en modernere managers kunnen onze economie dus vooruithelpen. Aangezien een afslanking en een modernisering managementbeslissingen bij uitstek zijn, rest ons enkel hen daarvan te overtuigen.

vrijdag 04 januari 2008 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy