Tag cloud
creativiteit innovatie economie leuven campagne open vld crisis ondernemerschap ondernemen jobs begroting creatieve economie ondernemers banken starten besparen flanders dc schuld militant onderwijs nmbs fietsen talent politiek partijjul/2010 jun/2010 mei/2010 apr/2010 maa/2010 feb/2010 jan/2010 dec/2009 nov/2009 okt/2009 sep/2009 aug/2009 jul/2009 jun/2009 mei/2009 apr/2009 maa/2009 feb/2009 jan/2009 dec/2008 nov/2008 okt/2008 sep/2008 aug/2008 jul/2008 jun/2008 mei/2008 apr/2008 maa/2008 feb/2008 jan/2008 dec/2007 nov/2007 okt/2007 sep/2007 aug/2007 jul/2007 jun/2007 mei/2007 apr/2007 maa/2007 feb/2007
Crowd Clout
In deze column gaat het vaak over bedrijven en de goede en slechte manieren waarop ze innovatie aanpakken. Maar u hoeft als consument niet langer te wachten op een of andere vernieuwing uit een bedrijfshoofdkwartier. Grijp de koe zelf bij de horens, innoveer en doe er uw voordeel mee. Zo kan u bijvoorbeeld uw aankoopgedrag helemaal omgooien. Het beste bewijs daarvan is de moderne reïncarnatie van het aloude fenomeen groepskorting. In trendwatchersjargon wordt dat crowd clout, de macht van het getal.
Bij Ford Genk hebben ze dat fenomeen al even onder de knie. De werknemers hebben daar begrepen dat de klant het heft het best in handen neemt. Met zo'n 800 collega's bestellen ze samen 1,5 miljoen liter stookolie bij eenzelfde verdeler. Die distributeur geeft daarom een volumekorting van 40 euro op een levering van 1.000 liter. Een mooie besparing met Sinterklaas en Kerst in het verschiet.
In China, waar consumeren bij gebrek aan een godsdienst tot de nationale religie is verheven, organiseren consumenten zich nog vernuftiger. En één miljard Chinezen kunnen best wat clout in de crowd-weegschaal werpen. De weinig subtiele lokale variant van dat fenomeen heet tuangou. Het systeem is eenvoudig: onbekenden vinden elkaar via het internet op basis van een product dat elk van hen wil kopen -zoals bijvoorbeeld het spiksplinternieuwe QQ-model van de autobouwer Chery. Online wordt dan een plaats en een tijdstip afgesproken waarop een lokale dealer letterlijk wordt bestormd. Ter plekke onderhandelt de groep dan een fikse korting voor de aanwezige klanten.
Sommige onderzoekers, zoals Doc Searls, noemen dat de 'intentie-economie'. Het organiseren van consumenten zal op zijn beurt bedrijven aanzetten om hun businessmodel te vernieuwen. Immers, moderne communicatietechnologie zorgt ervoor dat elke klant zijn intentie om een bepaald product aan te schaffen aan de markt kan laten weten. Zo kan hij verkopers aanzetten om zich uit te sloven om zijn bestelling binnen te halen. Binnenkort kan je dit bericht laten verschijnen op een website waar verschillende autoverhuurbedrijven concurreren voor je order: 'Ik kom aan in Biarritz op 3december, wil vijf dagen blijven. Ik wil een Jeep huren en geen verzekering nemen. Wat kan u doen voor mij?' Als klant kan je zo gemakkelijk meerdere bedrijven aan het werk zetten om de beste oplossing op maat uit te dokteren. Dat model bestaat al voor bepaalde aankopen zoals vliegtuigtickets. Maar niemand is voorlopig op de proppen gekomen met een dienst die dat doet voor een waaier aan producten. Een reiziger wil namelijk niet eerst naar een site surfen om een auto te huren, dan naar een andere webstek om zijn vakantieliteratuur aan te schaffen en vervolgens zijn hotel boeken op een reiswebsite. De toekomst zit in de integratie.
Crowd clout is een globaal fenomeen. In Nederland zorgt United Consumers voor een groepskorting voor zijn 250.000 leden op verzekeringen, stookolie en elektriciteit. In India zorgt Offers for Shoppers ervoor dat consumenten hun intenties om een bepaald product te kopen kenbaar kunnen maken door een product te taggen. Na verloop van tijd analyseert de producent de vraag en publiceert hij een verlaagde prijs voor wie het product wil aanschaffen. Tumpang in Maleisië laat ondernemers een product gratis online zetten. Het nieuwe aan die site is dat bedrijven kunnen vermelden hoeveel bestellingen er nodig zijn om een korting te krijgen. Zo kunnen klanten vrienden mobiliseren om zelf van de verlaagde prijs te profiteren. Zo beïnvloedt de steeds inventievere consument het vernieuwingsproces binnen bedrijven. En zo hoort het.
donderdag 29 november 2007 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Kwade woorden van de übergoeroe
Tom Peters schopte vorige week, op uitnodiging van FlandersDC, behoorlijk wat keet. Hij sprak in Antwerpen bijna drie uur vol passie over innovatie en ondernemerschap. Peters worden mythische kwaliteiten toegedicht, zoals het vaderschap van het postmoderne bedrijf -waarvan hij zelf zegt: 'Who the hell knows what that means?' The Economist bestempelt hem als de übermanagementgoeroe. De gemiddelde blanke man zal Peters' toespraak van vorige week eerder een louterende ervaring noemen. Mannen zijn volgens Peters namelijk compleet overbodig. Vergeet China, vergeet India, vergeet het internet. De grootste economische revolutie is vrouwelijk. Vrouwen spenderen meer, leven langer, zijn betere bazen en starten wereldwijd de meeste nieuwe bedrijven op. Bovendien maken mannen er al ettelijke duizend jaren een zootje van. Bedrijven die die boodschap in het oor knopen, doen gouden zaken. Het bewijs daarvan? De investeringsbank Goldman Sachs maakte tien jaar geleden een index van 115 Japanse bedrijven die zouden profiteren van de groei van de vrouwelijke koopkracht. De jongste tien jaar is de waarde van de aandelen in de Goldman-korf met 96% de hoogte in gegaan. De beurs van Tokio klokt over dezelfde periode af met een winst van slechts 13%.
Maar ook grote bedrijven en de cult van de BB, de Bekende Bedrijfsleider, vonden geen genade bij het Orakel uit Vermont. Peters verwoordde duidelijk wat velen van ons al aan den lijve ondervonden hebben. Mastodontondernemingen zijn vaak echte innovatiekillers. En in de meeste gevallen hebben ze dat enkel aan zichzelf te danken. 'Ondernemers inspe vragen me vaak hoe ze kunnen ontsnappen uit bedrijven met een mastodontstructuur en zelf een klein bedrijfje starten. Het antwoord is simpel. Koop een groot bedrijf en wacht gewoon af', citeerde Peters een collega-auteur. En hoe langer zo'n groot bedrijf bestaat, hoe slechter de prestaties worden, volgens een uitgebreid onderzoek.
En na enkele treffende cijfers over DaimlerChrysler lag ook het beeld van de Bekende Bedrijfsleider aan diggelen. Al heeft dat hier, Lernout& Hauspie en Jan Coene indachtig, nooit echt hoogtij gevierd. In 1998 was de Duits-Amerikaanse automaker 38miljard dollar waard. Negen jaar later hebben de eigenaars met plezier 675 miljoen dollar op tafel gelegd om Chrysler te verkopen aan een privékapitaalverschaffer. Dat alles samen komt neer op een puike prestatie van Jürgen Schrempp, toenmalig bedrijfsleider van het concern. Volgens de berekeningen van Peters slaagde die erin om gemiddeld zo'n slordige 10miljoen dollar per dag aan beurskapitalisatie kwijt te spelen. Het is slechts weinigen gegeven. Het meest verfrissende aan Peters vond ik zijn zelfrelativering. Bij het begin van de avond zei hij dat hij niets zou vertellen wat we niet al lang wisten. Alleen lijken we die wijze lessen niet altijd ter harte te nemen. Zoals het feit dat goede leiders aanstekelijk enthousiast zijn, hun mensen laten scoren, passie in hun werk leggen en doorzettingsvermogen aan de dag leggen. Want succes, zei hij, is vooral een zaak van niet af te haken nadat anderen er al lang de brui aan gegeven hebben.
Een van Tom Peters' paradoxen intrigeert me: in heel wat bedrijven wordt innovatie gefnuikt en dus waarde vernietigd in plaats van gecreëerd. Daarom ben ik voor een van mijn volgende columns op zoek naar treffende verhalen over het beknotten van innovatie op de werkvloer. Kent u zo'n verhaal? Stuur me dan een mailtje en uiteraard wordt dat in alle discretie behandeld.
donderdag 22 november 2007 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Hinderende Hulp
De nieuwe campagne van 11.11.11 tegen nieuwe Europese vrijhandelsakkoorden met ontwikkelingslanden verwart medicijn en ziekte. 11.11.11 is vóór landbouwsubsidies en tegen akkoorden voor meer vrijhandel. Maar ontwikkelingslanden lijden niet aan te veel vrije markt maar juist aan een dramatisch gebrek aan vrije handel en ondernemerschap.
Want laat ons duidelijk zijn: het zijn Afrikaanse ondernemers die hun continent uit het slop kunnen trekken. Hun kansen beperken door hen op te sluiten in een protectionistische markt veroordeelt hen tot armoede.
Volgens de Noord-Zuidkoepel ontzegt 'de internationale vrije markt de Afrikaanse boeren een eerlijke prijs voor hun producten'. Blijkbaar heb ik niet goed opgelet tijdens mijn cursussen economie. Ik dacht dat de vrije markt ondernemers kansen zou geven. Immers, zo kunnen ondernemers uit het Zuiden producten en diensten die ze in eigen land met het grootste comparatieve voordeel produceren, overal aan de man te brengen. Fout dus, volgens 11.11.11. Maar daar eindigt de merkwaardige redenering van de organisatie niet. Op de site staat voort te lezen dat de koepel 'niet tegen subsidiëring en ondersteuning van Europese boeren' is. Laat dat nu net de grote boosdoener zijn die voor oneerlijk concurrentie zorgt. Het is immers niet het openen van de melkmarkt die ondernemers uit Tanzania de das om doet. Het zijn de subsidies die Europees melkpoeder artificieel goedkoper maken dan het product van Afrikaanse melkboeren, die echte oneerlijke handel creëren.
Afrikaanse landen kunnen de competitie in eerste klasse niet aan en moeten daarom afgeschermd worden in hun eigen liga, luidt het argument. Toch weet iedereen dat protectionisme zelden de beloofde resultaten oplevert. Een gebrek aan concurrentie leidt tot een tekort aan innovatie en hogere prijzen voor inferieure producten. Op die manier worden ondernemers uit dergelijke systemen nooit competitief met de rest van de wereld.
Het kan ook anders volgens Hernando de Soto. Hij is een van de meest gerespecteerde ontwikkelingseconomen op deze aardbol en presenteert een radicaal verschillend recept: meer ondernemerschap in de derde wereld. De Peruviaan is door Time uitgeroepen tot een van de grootste innovators van deze eeuw en bejubeld door Clinton, Bush en de Verenigde Naties. Hij pleit voor het invoeren van een duidelijk eigendomssysteem in de derde wereld. Op die manier kunnen arme mensen formeel eigenaar worden van bijvoorbeeld de hut die ze vandaag informeel bezitten. Zo'n bezit kan de basis zijn van een nieuwe golf ondernemerschap. Immers, enkel zo kan eigendom als onderpand gebruikt worden voor een lening bij de opstart van een microbedrijf. de Soto schat de waarde van alle informele vastgoed in de derde wereld op twintig keer de hulp die westerse landen per jaar aan het Zuiden schenken.
En er zijn fantastische verhalen van Afrikaans ondernemerschap. Thomas Friedman schreef onlangs over Advanced Bio-Extracts in Kenia, een bedrijf dat toont wat talent, innovatie en ondernemerschap vermag. Afrikaanse en blanke boeren kweken er samen met wetenschappers de plant artemisia, een sleutelonderdeel van een nieuwe generatie goedkope malariamedicatie. Zevenduizend boeren in Tanzania, Kenia en Uganda doen mee en genieten van een opbrengst die vier keer hoger ligt dan die van graan. En wist u dat Afrikaanse ondernemers het snelst groeiende mobiele telefoonnetwerk op aarde aan het creëren zijn?
donderdag 15 november 2007 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Ik ben toch niet gek?
Of toch? Ik ben zelden beduusd na het bekijken van een item op KanaalZ. Maar deze week was ik toch even het noorden kwijt na een interview op de Vlaamse CNBC met de grote baas van Saturn. Die Duitse elektronicaketen opende een eerste vestiging op Belgische bodem. De directeur maakte gebruik van het tv-interview om groot nieuws de wereld in te sturen: Saturn ging de rechtstreekse en genadeloze concurrentie aan met Mediamarkt. Hoera in naam van de consument. Het is alleen een beetje vreemd dat de grote baas van Saturn luistert naar de naam Jean-Marie Christiaens. Dezelfde man die directeur is van concurrent Mediamarkt. Beide merken vallen immers onder de vleugels van de Duitse Metro Group en Christiaens is country manager Mediamarkt-Saturn.
Jean-Marie Christiaens moet wel een heel bijzonder man zijn. Of liever: hij moet op zijn minst twee bijzondere mannen zijn. Hoe doet zo'n man dat? Levert zo'n dubbele functie verwarring op wanneer hij de telefoon beantwoordt? Vertelt hij zijn vrouw dat hij bij Saturn werkt, of bij diens grootste concurrent? En kan hij werkelijk op zijn eentje een vergadering hebben met de hoofden van beide bedrijven? Stel u even voor dat u als leverancier een afspraak heeft met de baas van Mediamarkt. Dan wil u liever niet dat die de overeenkomsten kent die u met zijn directe concurrent heeft gesloten.
Maar belangrijker, hoe zit dat dan met die laagste prijs voor de consument? Beide bedrijven verkopen dezelfde producten en garanderen hun klanten de laagste prijs. Toch hanteren ze verschillende prijzen. Dat begrijp ik niet. Jean-Marie kende die prijzen toch al en wist dus toch dat een van zijn twee prijzen niet de laagste was?
Stel dat ik mij eerst een camera aanschaf bij Saturn in de Stadsfeestzaal in Antwerpen. Daarna zie ik hetzelfde exemplaar bij Mediamarkt op de Keyserlei, maar goedkoper. Dan past Saturn zijn prijs aan en krijg ik het prijsverschil terug? Even bellen met Saturn. 'Dat klopt meneer', luidt het.
- 'Jullie hanteren dus niet dezelfde prijs als Mediamarkt?'
- 'Nee, u moet nog altijd vergelijken.'
Maar kende Jean-Marie dan beide prijzen niet op voorhand? Laat hij klanten tussen winkels heen en weer lopen uit bezorgdheid om hun fysieke gezondheid? Even mijn licht opsteken bij de concurrentie.
- 'Hallo Mediamarkt Keyserlei? Klopt het dat als ik een computer bij u koop, u de laagste prijs garandeert?'
- 'Ja.'
- 'Maar uw concurrent en zusterbedrijf Saturn doet dat ook. Het maakt dus niet uit waar ik deze computer koop?'
- 'Nee, dat maakt inderdaad niet uit.'
- 'Maar wie heeft nu de laagste prijs?'
- 'Dat kunnen we niet vertellen over de telefoon.'
Saturn zou zich volgens de grote chef op de 'rationele klant' richten -en Mediamarkt op de irrationele?- die een 'andere beleving van moderniteit' wil. Tja. Beide merken verkopen dezelfde producten en hebben dezelfde 'lageprijsgarantie', dat lijkt me vrij rationeel. Ik ben er nog niet uit of ik mijn moderniteit anders wil beleven.
Wat bezielt een bedrijf als Metro Group om voor dergelijke strategie te kiezen? Twee merken van één eigenaar die in dezelfde markt actief zijn, snoepen elkaar klanten af. Dat is, volgens de conventionele wijsheid, het kannibalisatie-effect. Maar Metro Group innoveerde met een zogenaamde 'tweemerkenstrategie'. Die twee merken moeten plaats één en twee veroveren in de markt en worden verondersteld elkaar het leven zuur te maken.
Metro Group gelooft duidelijk dat er geen directe concurrent is die Mediamarkt kan scherp houden en komt dan zelf maar met eentje op de proppen. Dat heilige geloof in concurrentie legt de holding trouwens geen windeieren -voor zover de klant niet aan de telefoon verteld wordt dat het niet uitmaakt bij wie hij koopt. Beide merken maken een winst voor belastingen en interestlasten van meer dan een half miljard euro. Pikant detail: het jaarverslag van Metro Group splitst de cijfers voor Saturn en Mediamarkt niet op. Of de tweemerkeninnovatie echt oplevert, weet voorlopig enkel Jean-Marie Christiaens. Maar ook de op het vlak van reclameslogans proberen beide merken zich te differentiëren als onderdeel van de strategie. De slogan 'Ik ben toch niet gek?' wordt bij Saturn 'Gierig is plezierig'.
donderdag 08 november 2007 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





