KAFKA IN HET KWADRAAT

Vorig jaar dienden de Belgen een kwart minder octrooien in dan in 2005. Met 548 octrooien stranden we daarmee op een zucht van Polen, niet meteen bekend als innovatieve baanbreker. Maar met de bescherming van intellectuele eigendom is er in ons land en Europa wel meer mis. Octrooien hebben als oogmerk innovatie aan te vuren. Vandaag bereiken ze net het tegenovergestelde resultaat.

Eerst en vooral kan je beter enkel een goed idee hebben als je er al warmpjes inzit. Voor een beetje bescherming van je vondst op Europees vlak ben je al gauw 25.000 euro kwijt. En dat is nog maar het begin. Je hebt uiteraard advies nodig van een advocaat of van een gespecialiseerd bureau. Die werken niet gratis. En dan hebben we het nog niet gehad over het vertalen van je octrooi in alle Europese talen.

Verder helpt het natuurlijk niet echt dat je, zoals Trends eerder schreef, op zijn minst drie taksen mag betalen op je inventiviteit. De Indieningstaks belast je op het hebben van een idee. De Opzoekingstaks beboet je voor het speurwerk naar de nieuwheid van je innovatie. De Jaartaks beloont je creativiteit jaarlijks met een belasting.

Maar echt waar krijgen voor je geld doe je ook al niet. Enkele voorbeelden. Een Antwerpenaar die deelneemt aan DeBedenkers presenteert met veel trots zijn barbecue-idee aan de jury. Hij vertelt er meteen bij dat het niet kan gekopieerd worden, want hij heeft al 25.000 euro opgehoest voor de bescherming van zijn uitvinding.

Op de Franse televisie wordt op hetzelfde moment de winnaar bekendgemaakt van L'Inventeur de l'Année. Een man met net hetzelfde idee gaat er met de prijs lopen. Pech.

Of neem de twee kandidaten van DeBedenkers die elkaar tegen het lijf lopen met een identiek idee. Niets aan de hand, denkt de eerste, ik heb dit idee tien jaar geleden al beschermd. Dat doet de wenkbrauwen fronsen bij zijn creatieve collega, die had vorige maand nog een octrooi gekregen.

Dat blijkt perfect te kunnen. De eerste deelnemer had een Belgisch octrooi genomen, de tweede een Europees. Het peperdure Europese onderzoek naar de nieuwheid van een uitvinding wordt namelijk niet gedaan op octrooien die in het Nederlands zijn opgesteld. Kafka pur sang.

Iedereen heeft de mond vol over het stimuleren van innovatie. Als alle mogelijke inspanningen er dan in slagen om enkele mensen aan te zetten te innoveren en te ondernemen, worden ze beloond met een flink pak rigide regels.

Neem nu de pientere studente die het idee dat ze in haar eindwerk stopte, wil laten beschermen. Onmogelijk, luidt het onverbiddelijke administratieve verdict. De bevoegde dienst oordeelde dat het idee al publiek was want de leerling had haar eindwerk al aan enkele leerkrachten voorgesteld.

Of je zal maar in het ziekenhuis liggen op het ogenblik dat de enveloppe met de vraag voor verlenging van je octrooi in je bus valt. Dat overkwam een Vlaamse man. Hij kon niet tijdig kon antwoorden op de brief. Jammer, was het meedogenloze antwoord. Octrooi foetsie.

Ons intellectueel eigendomsysteem doodt vandaag innovatie. Een Europese metamorfose is op zijn plaats.

maandag 29 oktober 2007 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Splits, splits, splits

Veeg teken aan de wand. Monopoly wil België splitsen. Althans op de kartonnen speelborden die het bedrijf Hasbro uitgeeft. Een simpele internetpeiling naar de steden die de Belgen op het volgende speelbord willen zien, is afgevoerd. Te ontvlambaar in het huidige politieke klimaat. Ondertussen zouden we dan eens voorstander zijn van een aanhechting bij onze Noorderburen, dan eens van het behoud van België om vervolgens en masse voorstander te blijken van volledige onafhankelijkheid. Als om te bewijzen dat wat we zelf doen we beter doen, organiseerde de Vlaamse overheid een peiling om te peilen of de Vlaming in peilingen gelooft. Het verrassende en verlossende antwoord: ja. Die peiling hadden ze beter meteen ook in Wallonië uitgevoerd, dan wisten we meteen of ze daar enig geloof hechten aan onze peilingen die ons boekstaven als separatisten.

Ik ben het beu alle mogelijke trivia op mijn bord geserveerd te krijgen met een flinke Waals-Vlaamse twist. Ik ben een overtuigd regionalist. Ik geloof in samenwerking tussen sterke regio's. Het beste bewijs daarvan is trouwens het stevig netwerk van twaalf innoverende regio's dat Flanders DC bouwde. Groeimotoren zoals Catalonië, Québec, Qingdao en Baden-Württemberg delen er hun beste voorbeelden op het vlak van innovatie met Vlaanderen. We zouden erbij winnen als Wallonië straks ook bij dat selecte kransje hoort.

Maar het getuigt van een onmetelijke provinciale kneuterigheid om het douchegedrag in ons land regionaal in kaart te brengen. Zo deelde onze openbare omroep me onlangs het erg belangrijke nieuws mee dat Walen langer onder de douche staan dan Vlamingen. Interessant. En wist u dat het noorden van het land meer geld uitgeeft aan schoolgerief dan het zuiden? Fascinerend.

Kunnen we het even hebben over dingen die ertoe doen? En kunnen we in het publieke debat emotie vervangen door ratio? Dus wat mij interesseert: hoe brengen de Walen het ervan af op vlak van innovatie - een bevoegdheid die al even in de regionale portefeuille zit? Enkel een flinke dosis innovatie en een serieuze economische heropleving kunnen ervoor zorgen dat we binnenkort minder dan 4,5 euro per dag storten op Rudy Demotte's rekening. Het Federaal Planbureau bracht een aantal interessante gegevens in kaart. Vlaanderen doet het beter op vlak van 'output indicatoren' en wint met fietslengtes voorsprong de race voor het aantal octrooien per inwoner. Dankzij doorgedreven innovatie steeg de arbeidsproductiviteit in Vlaanderen in 2004 met 1.7%, een volledig procent meer dan in Wallonië. Dat had zo zijn effect op het BBP per inwoner: Vlaanderen scoort 107 en Wallonië 77 voor een Europees gemiddelde van 100.

Maar wat we weinig horen is dat onze Franstalige vrienden een behoorlijk inhaalbeweging hebben ingezet op een aantal 'input indicatoren'. Straks volgt hopelijk de output dezelfde evolutie. Zo bedraagt het verschil met Vlaanderen in onderzoeksinvesteringen, gemeten als percentage van het BBP, nog minder dan een tiende van een percent. In 2005 werkten in Wallonië ongeveer evenveel hoger opgeleiden in kennisintensieve sectoren als bij ons.

Dat alles wil nog niet zeggen dat ik begrijp waarom dit jaar maar 97 miljoen euro voor het Marshallplan is uitgegeven bezuiden de taalgrens terwijl er 294 miljoen euro voorzien was. Of dat het een goede zaak is dat nog maar 12% van het budget voor onderzoek en ontwikkeling is verdeeld. Maar wel dat een goed debat focust op de essentie en objectiveert. En op een uitkomst waar we allemaal beter van worden.

maandag 01 oktober 2007 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy