Koude cash achter warmere planeet

U ontsnapt er nergens nog aan. Dus ook niet in deze column. Global warming is overal. Het achtervolgt de achteloze lezer in de vorm van een gratis dvd van An Inconvenient Truth bij je Humo. Elke politieke partij heeft plots haar groene reflex ontdekt. Stijn Vandevoorde trekt op Studio Brussel naar Antarctica terwijl televisieminnend Vlaanderen dagelijks om de oren wordt geslagen met de zorgwekkende staat van de planeet. Het klimaat is een wereldwijd fenomeen. Dat leidt tot de vraag: wie wordt er beter van de slechter wordende toestand van onze aardkloot?

De eerste groep ondernemers die hun voordeel doen bij een klimaathype zijn de eigenaars van deze en andere kranten, televisiebonzen en magazine-uitgevers. Angst verkoopt en spectaculaire verhalen genereren spectaculaire winst. Een kort geheugen is daarbij instrumenteel. Iedereen lijkt vergeten dat in de jaren 70 niet global warming maar global cooling het verhaal was dat de oplages de hoogte injoeg.

Volgt u even mee met enkele voorbeelden van over de plas. In 1971 opende de ongekroonde koningin onder de kranten, The New York Times, met: 'Wetenschappers akkoord over afkoeling aarde'. Daar deed Time Magazine enkele jaren later een stevige schep bovenop door op zijn voorpagina groot uit te pakken met de beangstigende vraag 'Een Nieuwe IJstijd?' De Los Angeles Times kon uiteraard niet onderdoen en verklaarde in 1978: 'Geen einde in zicht voor 30-jarige afkoelingstrend'. Newsweek haakte in met een artikel over wetenschappers die het opeenstapelende bewijs van een wereldwijde afkoeling nauwelijks konden bijhouden.

Vervang het woord 'afkoeling' in die krantentitels door 'opwarming' en je krijgt de koppen van vandaag. Ondertussen passeren de jongens en de meisjes van de media twee keer langs de kassa. Een eerste keer omdat wij willen weten of we binnenkort echt naar Marokko kunnen schaatsen. Een tweede keer omdat we bang zijn dat we over enkele decennia naar Amsterdam moeten zwemmen. Maar wat we nog altijd niet weten, is of het klimaat nu opwarmt, afkoelt of gewoon heel de tijd verandert.

Een tweede soort ondernemers die geld verdienen aan de opwarming van de aarde zijn actief in de markt van energiebesparing, uitstootreductie en milieubewust ondernemen. Surfend op de golven van een klimaathype geven energieconcerns zoals Shell miljarden uit aan onderzoek naar hernieuwbare energie. En aan advertenties die de milieubewuste consument moeten overtuigen. Vandaag is het grootste gevaar voor de biobrandstoffenmarkt overcapaciteit. Autobouwers zoals Toyota en Lexus waren de eerste om een hybride auto op de markt te brengen, andere constructeurs volgen.

Ten slotte haakt de reclamewereld in op de opwarming van de aarde als een cool thema. Zo merkt coolhunter Carolijn Domensino op onze site op dat Diesel een campagne begonnen is onder de naam 'Global warming ready?' Die campagne moet een stukje optimisme brengen in ons negatief toekomstbeeld en suggereren dat het niet zo erg gesteld is met de opwarming van de aarde. Ze doet dat met beelden van een zonovergoten cruise op de Noordpool of van toeristen die exotische papegaaien voederen op het San Marcoplein in Venetië. Maar ook het WWF voert campagne tegen de CO2-uitstoot. In China illustreren ze de verontreiniging die elke auto iedere dag de lucht instuurt door een ballon aan elke uitlaat te hangen. Al rijdend verandert die in een zwarte XXL wolk met bijhorende slogan: 'Laat uw auto een dagje thuis en ontdek hoeveel CO2 u dagelijks inademt.' Beelden van de actie kunt u zien op de site van Flanders DC.

De strijd om de groene euro wordt dus op verschillende fronten uitgevochten.

Eén ding staat daarbij vast: een warmer wordende planeet kan aardige winst opleveren voor inventieve ondernemers.

maandag 21 mei 2007 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

De echte prijs van Aldi

Deze week geen lofzang over een creatief bedrijf dat door zijn inventiviteit het Walhalla van winstgevendheid heeft bereikt. Wel een illustratie van een bekend bedrijf dat elke vorm van creativiteit de kop indrukt. En daar gouden zaken mee doet.

De Duitse prijsvechter Aldi blinkt uit in het beknotten van innovatie. Alles in de organisatie is erop gericht elke vorm van vernieuwing angstvallig in te perken. Waar elke goeroe die naam waardig het vandaag heeft over open innovatie, delegeren en vernieuwen, haalt Aldi tonnen winst uit het prediken van een gesloten bedrijfsmodel, controleren en creativiteit bezweren.

Die gesloten cultuur vertaalt zich in het feit dat de topmannen van Aldi nooit met de pers spreken. Er is dan ook geen persafdeling. En winkelpersoneel is het ten strengste verboden met journalisten te praten. Maar daar eindigt de informatiestop niet. In de meeste winkels is geen telefoon of toch geen telefoon waarmee je opgebeld kan worden. Het ICT-beleid van onze rechtbanken mag gerust visionair genoemd worden in vergelijking met dat van de keten.

Internet? Nog nooit van gehoord. Vrijdag zat ik aan tafel met enkele mensen die al tien jaar zaken doen met Aldi. Geen van hen had ooit al een e-mail van hun Aldi-tegenhangers gekregen. En nu ze er aan dachten, hadden ze in al die jaren nog maar één persoon uit de organisatie te zien gekregen.

'Vertrouwen is goed, controle is beter' moeten ze bij Aldi gedacht hebben. Daarom berekent elke filiaalhouder vlijtig hoeveel tijd elke handeling binnen de winkel in beslag mag nemen. En dat doen ze gründlich. Negen minuten en twee seconden per dag moeten ruimschoots volstaan om én naar het toilet te gaan én je schort aan- en uit te doen. Meneer de filiaalhouder telt het aantal misslagen van de winkeljuffrouwen, controleert twee keer per dag de kassa-inhoud en twee keer per week de tassen-inhoud van het personeel.

Volgens de Aldi-handleiding voor winkelmanagers mag een geldafhandeling aan de kassa welgeteld 37 seconden duren, wat bovendien 'alle gelegenheid geeft aan het personeel even een ontspannen houding aan te nemen'.

Van die werknemers wordt vooral verwacht dat ze uitvoeren wat de bazen voorschrijven. Voor Aldi geen onnodige innovaties zoals streepjescodes op producten. Tot voor kort moest elke winkeljuffrouw daarom de 600 producten die het Aldi gamma rijk was, uit het hoofd leren aan de hand van cijfers. Op het einde van elke week neemt de district manager een test af om te kijken of iedereen alle nieuwe producten kent. Twee fouten betekent onverbiddelijk auf wiedersehen. De Nederlandse ex-Aldi-topman Brandes gaf daarom ietwat verbloemd aan dat 'creatieve mensen zich bij Aldi wat ongelukkig zouden voelen'.

Dat is trouwens dezelfde man die in een interview, na zijn carrière bij Aldi, trots toegaf dat hij het aantal velletjes op de rolletjes wc-papier zelf had geteld: 'Als je zegt dat er tweehonderd op zitten, dan moet je daar toch zeker van zijn.'

Wat je er ook van mag denken, deze politiek legt het bedrijf geen windeieren. De gebroeders Albrecht hebben al zo'n 4.000 winkels in 12 landen geopend. Het anderhalf miljard euro winst dat ze opstreken, katapulteerde hen tot de - op twee na - rijkste mannen ter wereld. Of hoe een bedrijf dat er prat op gaat niet creatief te zijn, uiterst succesvol is.

maandag 14 mei 2007 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy