Kennismigranten

Minder dan de helft van de Vlaamse jongeren ziet de aanwezigheid van andere culturen als een verrijking van de samenleving, las ik vorige week. Dat blijkt uit onderzoek naar het denken en doen van Vlaanderens hoop, waarin de onderzoekers o.a. het ,,economisch racisme'' van onze jeugd in kaart brengen.

Jongeren kijken erg onzeker naar hun toekomst en vrezen dat Tatjana of Sergej hun plek op de arbeidsmarkt zou inpikken. Straf. Want net Tatjana en Sergej zullen voor de economische groei zorgen waar Vlaamse jongelui zo bezorgd over zijn.

Drie redenen waarom immigranten voor onze economische toekomst zullen zorgen.

Ten eerste: onze leeftijdspiramide gaat steeds meer op een trechter lijken. Een direct gevolg van de ,,ontgroening'' van onze arbeidsmarkt. Deze krant blokletterde vorige maand dat er nu al meer dan 100.000 jongeren minder zijn in Vlaanderen dan tien jaar geleden. Het wordt dus een pak moeilijker om mensen te vinden die als secretaresse, metselaar of ingenieur aan de slag willen.

En alhoewel de perceptie soms een ander beeld geeft, is de instroom van alle buitenlanders zeven keer lager dan het ,,tekort'' aan jongeren alleen al. Dat alles betekent dat binnenkort niet langer de bedrijven hun werknemers kiezen maar de kandidaten hun werkgevers.

Niet alleen hebben we minder jongeren in Vlaanderen, bovendien slaat de vergrijzing binnenkort pas goed toe. Vandaag al staan we op nummer 6 in de top tien van landen met de oudste bevolking en zijn we koploper in Europa wat betreft vroeg stoppen met werken. Gevolg: een ontzettend grote uitstroom op de arbeidsmarkt.

De tweede reden is dat we niet de enigen zijn die met een ontgroenings- en vergrijzingsprobleem kampen. China stevent op af op een regelrechte tsunami van bejaarden. Alleen praat nog niemand over dat probleem. In de stoomcabine van de wereldeconomie daalt het aantal jongeren en stijgt het aantal mensen boven de 70 explosief. Binnen 15 jaar is zowat driekwart van de Chinese gezinnen kinderloos. Tegen de huidige groeikoers heeft het land dan wel een resem jobs die moeten ingevuld worden.

In die nieuwe wereldwijde wedloop voor talent zullen de VS, China, India en Europa wedijveren met elkaar. Gastlanden zullen niet langer bepalen wie er bij hen aan de slag mag, maar kennismigranten zullen hun nieuwe thuis kiezen uit een waaier van opties.

De derde reden is simpel. Diversiteit brengt creativiteit. Professor Richard Florida en Charles Landry maakten een tijdje geleden al bekend dat veel bedrijven verhuizen naar tolerante regio's. Zonder tolerantie voor verscheidenheid geen economische groei. Dat is een van de redenen waarom Silicon Valley zo'n succes is. Daar zitten niet noodzakelijk meer slimme mensen samen dan ergens anders, maar wel meer verscheiden mensen die zich er bovendien allemaal thuis voelen. Een derde van alle start-ups in Silicon Valley is van een Indiër of een Chinees.

In Canada en Australië is het principe van talent-immigratie al goed ingeburgerd. Regelmatig kijken ze daar welke kennis ze nodig hebben om hun economie geolied te laten draaien en trekken die mensen aan. Premier Guy Verhofstadt en minister-president Yves Leterme zijn het idee genegen. Nu de Vlaamse jeugd nog een trap onder haar kont geven.

maandag 26 maart 2007 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Succesvolle mislukkingen

In februari gingen er in ons land 631 bedrijven op de fles. Daar is niets mis mee. Zolang er genoeg nieuwe bedrijven het levenslicht zien. Joseph Schumpeter sprak van het ,,natuurlijke proces van creatieve destructie,. Minder efficiënte bedrijven maken plaats voor nieuwe en sterkere concurrenten. Hoeveel ,,mislukte, bedrijfsleiders opnieuw hun kans op ondernemerschap wagen in Vlaanderen, weten we niet.

Wat we wel weten, is dat we hier onderschatten hoe waardevol zij kunnen zijn voor een creatieve economie. Want succes is vaak het resultaat van mislukken. Al wordt dat achteraf snel vergeten. Falen behoort immers tot een van de laatste taboes in Vlaanderen.

Enkele illustere voorbeelden tonen aan dat mislukken en creativiteit hand in hand gaan. Het eerste bedrijf van Bill Gates was, net als dat van Walt Disney en dat van Henry Ford, een absolute flop. Gates's eerste bedrijf heette Traf-O-Data en analyseerde verkeersstromen. Het was een misser van formaat.

Het bedrijf Iwerks-Disney Commercial Artists overleefde amper een maand toen Disney er de plak zwaaide. En ook Henry Fords eerste bedrijf, de Detroit Automobile Company, ging roemloos over de kop. Maar zonder de lessen uit deze eerste ervaringen hadden ze hun latere succes niet kunnen waarmaken.

Het besef dat falen de kiemen van succes in zich draagt, is diep doorgedrongen in de Amerikaanse maatschappij. Zo ver zelfs dat een aantal mislukkingen als ondernemer een pluspunt is op je CV. Een bedrijfsleider wil zo'n lefgozer maar al te graag inlijven om te leren van zijn fouten. Dat is wel even anders bij ons. Om dat te veranderen moeten we ingrijpen in ons onderwijs en onze wetgeving.

Vorige week verkondigde de onderwijsinspectie dat scholen te theoretisch lesgeven en te weinig ,,doe-activiteiten, opzetten. Die conclusie sluit naadloos aan bij wat creativiteitsgoeroe Sir Ken Robinson vertelde op het Creativity World Forum in Gent. Hij citeerde daar uit het bekende onderzoek van George Land en Beth Jarman. Zij onderzochten de capaciteit om creatief te denken bij kinderen tussen 3 en 5 jaar oud en volgden hen tot ze 25 waren. Wat bleek: van de 3 tot 5-jarigen dacht 98 procent erg creatief. Op hun 25ste, dus na een hogere opleiding, was nog maar 2 procent van de jongeren een creatieve denker. Hoe kan dat? Kinderen en jongeren leren op school dat er op elke vraag maar één antwoord is. Fouten maken, wordt afgestraft.

Maar ook ons parlement laat het maken van fouten nauwelijks toe. Op basis van de bestaande wetgeving kan een rechter een gefaalde ondernemer verbieden opnieuw een zaak te starten. Stel je voor dat Gates, Disney en Ford in België hadden gewoond. Dan schreven we nog steeds met schrijfmachines, lazen we enkel strips en verplaatsten we ons met paard en kar.

Gelukkig zijn er uitzonderingen, zoals Michel Schillemans. Hij was zaakvoerder van een bedrijf dat kussens voor tuinmeubelen maakte. Eind 2003 legde hij de boeken, na brute pech, noodgedwongen neer. ,,Mijn zelfbeeld was geschaad, ik was beschaamd,, vertelt hij.

Wat hij vandaag doet? Michel Schillemans is aan de slag als adviseur van andere ondernemers. ,,Het gebeurt inderdaad dat bedrijfsleiders vragen waarom ze naar mij zouden moeten luisteren, ik ben tenslotte failliet gegaan. Maar er zijn er ook die in mij geen mislukkeling zien. Ze beseffen dat ze kunnen leren van mijn ervaringen.

 

maandag 19 maart 2007 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

. Innovatie is een teamsport

DRIEKWART van de Vlaamse ondernemers vindt zichzelf creatief. Creatieve ondernemers, zo blijkt uit cijfers die FlandersDC en Unizo net bekendmaakten, creëren meer jobs en leggen betere winstcijfers voor. Maar de resultaten van het onderzoek leren ook dat de meeste ondernemers weinig inventief zijn in het benutten van het creatief potentieel van hun medewerkers. Hoewel ondernemers terecht focussen op winst vergeten ze die te halen waar ze zit, bij hun werknemers.

Creativiteit is een teamsport, het resultaat van de inspanning van een groep mensen. En niet die van een directeur alleen achter zijn bureau. Gemiddeld heeft een onderneming een drieduizendtal ideeën nodig om met één succesvolle innovatie op de proppen te komen. Een bedrijfsleider heeft er dus alle belang bij de goede ideeën van zijn medewerkers te stimuleren. En daar loopt het mis bij de Vlaamse bedrijfsleider.

Terwijl 9 op de 10 ondernemers bij de aanwerving rekening houdt met het creatief potentieel van kandidaat medewerkers, heeft veel minder dan de helft van de bedrijven een intern beleid om innovatie aan te moedigen. Slechts 10% houdt rekening met de creatieve inbreng van een werknemer bij promotie en maar de helft daarvan zet creativiteitstechnieken in. Helemaal erg is het gesteld met de verloning voor een creatief idee, daar doet maar 7% van de ondernemers iets aan. Nochtans bestaat er sinds vorig jaar een maatregel van de federale overheid om hier verandering in te brengen. Een ondernemer kan aan 10% van zijn werknemers een innovatiepremie uitreiken die gelijk is aan het maandloon en vrij is van belastingen en sociale zekerheid.

Bedrijven die het wel goed aanpakken, geven hun personeel twee dingen: de vrijheid om te dromen en de structuur om die dromen te realiseren. Een systeem om ideeën te managen, eindigt niet bij het droppen van een ideeënbus in de inkomhal. Zo zorgt bij Shell een speciaal programma ervoor dat iedereen met een idee dat kan verdedigen voor een interne jury. Als je idee groen licht krijgt, kan je binnen de twee weken aan de slag met een budget. Ideeën die geen geld krijgen, worden in een centrale databank gestopt. Resultaat: in één jaar tijd kwamen vier van Shell's vijf doorbraak-ideeën uit dit programma. Kris Leys, al 17 jaar bankdirecteur bij Fortis, richtte via een gelijkaardig programma zijn eigen spin-off op en leidt nu iCare, een bedrijf dat diensten voor honden en hun baasjes aanbiedt. Binnenkort hoopt Fortis zo als eerste een 'ziekteverzekering' voor honden aan te kunnen bieden aan de 1miljoen Belgische hondengezinnen.

Bij Volvo Gent zorgde Ronny, een fabrieksarbeider, voor een besparing van 10.000 euro per jaar door een verbetering aan het assemblageproces te suggereren. Maar vooral kleine bedrijven kunnen winst te halen uit het betrekken van de medewerkers. De afstand tussen de top en de rest van het bedrijf is kleiner en een idee kan sneller doorgevoerd worden dan in een grote organisatie.

Bedrijven kunnen 4.000 euro per jaar per werknemer besparen als ze zijn ideeën serieus nemen. Maar liefst 80% van de succesvolle innovaties komt immers van een medewerker die drie trappen onder de bedrijfsleider werkt. Directeurs, laat die jokari voor wat hij is en organiseer een spelletje 'gemengd dubbel' met uw personeel. In naam van de innovatie.

maandag 12 maart 2007 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Lijstjesmoe

Ik lijd aan lijstjesmoeheid. Hoe innovatief en concurrentieel is ons land? De Lissabon Council pakte vorige week uit met goed nieuws: België staat, op Zweden na, het dichtst bij de verwezenlijking van de Lissabondoelstellingen. Maar dat was buiten het VBO gerekend. De Vereniging van Belgische Ondernemers becijferde in haar onderzoek naar onze concurrentiekracht dat België maar de vijftiende plaats op 27 landen inneemt. De Europese Commissie kon niet achterblijven en liet weten dat we een innovation follower zijn, zeker geen leider. En Vlaanderen? Doen we wat we zelf doen, beter? Niet echt.

Professor Wim Moesen van de KU Leuven vond in januari dat Vlaanderen bij de top vijf behoort van meest concurrentiële ,,landen''. Niet zo volgens de 838 pagina's cijfers en grafieken van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (Serv), waaruit blijkt dat Vlaanderen wegzakt uit de echte top. Maar ook wij van Flanders DC tekenen schuldig. Eind 2006 brachten we een rapport uit dat aantoont dat Vlaanderen na Baden-Württemberg en Maryland de derde creatiefste regio is van een select kransje innovatieve koplopers.

Kan u nog volgen? Het lijkt me in ieder geval voor onze bewindvoerders moeilijk aan een goed beleid te bouwen als niets is wat het lijkt. Meten is weten, maar weten we nog wat we meten? Steeds minder. En daar zijn drie oorzaken voor. De eerste oorzaak bent uzelf, de tweede is de verkeerde focus van de lijstjes, de laatste de moeilijke meetbaarheid van sommige innovaties.

Laten we het gewoon ootmoedig toegeven. U en ik, wij houden van lijstjes. Ze zijn zo makkelijk en overzichtelijk. Het sluit aan bij onze (mannelijke) drang om alles te catalogeren en de wereld in te delen in termen van winnaars en verliezers. Een lijstje om het te bewijzen: de managementboeken top 10, de 25 innovaties van 2006, de ,,Seven Habits of Highly Effective People'' maar ook de Tijdloze 100, en deze maand in Feeling, ,,Wonderolie: de 10 grootste troeven van deze gladde mooimaker''.

Het probleem zit hem in het feit dat de meeste lijstjes pas een betekenis hebben als je weet wie met wie vergeleken wordt en welke parameters er gebruikt zijn. En daar hebben we in deze tijden van informatie overload weinig tijd voor.

Maar ook de focus van sommige lijstjes is fout. Te vaak besteden ze enkel aandacht aan de som geld die in onderzoek wordt gepompt, het aantal mensen dat in wetenschap en technologie werkt en het aantal geregistreerde octrooien. Alle drie noodzakelijke voorwaarden voor innovatie, maar resultaten geven ze niet weer. En daar draait het tenslotte om.

Wat zijn we met duizenden patenten als niemand er een product van maakt? Neem nu lijstjesaanvoerder Baden-Württemberg: die blinkt uit met de grootste investeringen in onderzoek, de meeste octrooien per inwoner en een benijdenswaardig aantal ondernemers. En toch leert een snelle blik op het aantal nieuwe jobs en het bruto regionaal product dat de regio achterop hinkt.

Voor moeilijk meetbare innovatie hebben de meeste lijstjes al helemaal geen oog. Innovatieve bedrijven als Ryanair, Ikea en Weekendesk - die vernieuwen met hun businessmodel - worden vergeten. Net als bedrijven die de markt veroveren met een innovatieve marketingcampagne. In de Verenigde Staten hebben ze het probleem al ingezien. De minister van Handel riep daar onlangs een grote conferentie bijeen met bollebozen van universiteiten en de ceo's van IBM, Wal-Mart en UPS om te bestuderen hoe ze innovatie beter kunnen meten. Op het lijstje van vooruitdenken mag hij alvast op nummer één.

maandag 05 maart 2007 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy