Tag cloud
innovatie creativiteit economie crisis leuven open vld europa campagne ondernemerschap ondernemen begroting belastingen jobs onderwijs vlaanderen ondernemers vrouwen eu taal flanders dc kapitalisme subsidies banken overheid voorzitterjun/2013 mei/2013 apr/2013 maa/2013 feb/2013 jan/2013 dec/2012 nov/2012 okt/2012 sep/2012 aug/2012 jul/2012 jun/2012 mei/2012 apr/2012 maa/2012 feb/2012 jan/2012 dec/2011 nov/2011 okt/2011 sep/2011 aug/2011 jul/2011 jun/2011 mei/2011 apr/2011 maa/2011 feb/2011 jan/2011 dec/2010 nov/2010 okt/2010 sep/2010 aug/2010 jul/2010 jun/2010 mei/2010 apr/2010 maa/2010 feb/2010 jan/2010 dec/2009 nov/2009 okt/2009 sep/2009 aug/2009 jul/2009 jun/2009 mei/2009 apr/2009 maa/2009 feb/2009 jan/2009 dec/2008 nov/2008 okt/2008 sep/2008 aug/2008 jul/2008 jun/2008 mei/2008 apr/2008 maa/2008 feb/2008 jan/2008 dec/2007 nov/2007 okt/2007 sep/2007 aug/2007 jul/2007 jun/2007 mei/2007 apr/2007 maa/2007 feb/2007
SpeedyPass
Wie dacht dat de oude vormen en gedachten gestorven waren, is vorige week ruw ontwaakt. Francis Fukyama, de man die ooit beweerde dat we het einde van de geschiedenis hadden bereikt omdat kapitalisme en democratie vrijwel overal ingang hadden gevonden, heeft nog nooit zo fout geklonken bij ons. De SpeedyPass en de fraudekliklijn illustreerden dat het gelijkheidsdenken in onze contreien is doorgeslagen en dat totalitaire recepten blijven boeien.
Walibi
Het privébedrijf en pretpark Walibi maakte op maandag bekend dat het een nieuw product aanbiedt. Voor een meerprijs kan je meer attracties op één dag bezoeken dan met een standaardticket. De heisa in medialand was omgekeerd evenredig met de apathie die ons ontsporend overheidsbudget oproept, nochtans een pak schadelijker voor onze kinderen dan een minuutje langer wachten aan het Reuzenrad. Dat 'niet alle kinderen gelijk zijn' lokte afkeurende reacties uit van ethici, politici en de vox populi. De discussie over een onbeduidend pretticket kristaliseerde zo de vraag over het soort samenleving dat we nastreven.
Priozegels & Animal Farm
Eentje waar iedereen gelijk is en we de priorzegel, eerste klas treintickets en premium zitjes in het Sportpaleis afschaffen? Allemaal omdat niet gelijk zijn, schadelijk zou zijn. Als we die redenering doortrekken, trekken we best allemaal hetzelfde plunje aan want er zou zich wel eens iemand achteruit gesteld kan voelen door een buur met merkkleding. Dat past perfect in het mensbeeld van Peter Mertens van de communistische PvdA die op Terzake consequent bevestigde dat twee soorten treincoupés niet in zijn visie passen. Ik geloof in gelijke kansen maar ook in de kracht van diversiteit, in een maatschappij waar hard werken loont en talent rendeert. Nu al betalen we bijna de helft van wat we verdienen aan de overheid die herverdeelt. Als we de SpeedyPass afschaffen, kiezen we voor een maatschappij waar de overheid beslist wat we met de overgebleven helft nog mogen kopen. Maar meer fundamenteel zeggen we dan ook dat het de moeite niet loont je te onderscheiden, risico te nemen of te excelleren. Zo stond de boerderij van George Orwell waar alle dieren gelijk zijn maar sommigen meer dan anderen vorige week in ons land.
Anonieme kliklijn
Nadat het kapitalisme averij opliep, kwam onze democratie onder vuur. 63 jaar na zijn dood stak Orwell midden vorige week een tweede keer zijn hoofd om de hoek ditmaal met een ander boek, '1984'. De Amerikaanse staat blijkt volgens een klokkenluider big brother te spelen met uw internet- en telefoonverkeer en dat aan de hand van vernuftige technologie. Bij ons rekent de overheid op u om uw buren, collega's en exen aan de galg te praten over dat verdachte nieuwe zwembad, die blinkende bolide of de Poolse dakwerker. Dezelfde politici die zich met hand en tand verzetten tegen de SpeedyPass lanceerden fluks een anonieme kliklijn voor sociale fraude. De ethici vonden het ook dit keer een slecht idee. Deze keer omdat het voorstel de 'fraude van de zwakkeren' viseerde. De vox populi haalde zijn schouders op.
Falende staat
Waar het hier echt over gaat is een falende staat. Ons overheidsapparaat mag dan onverminderd groeien, met elke aanwas wordt het minder efficiënt. Een prima functionerende staat is in staat om zijn kerntaken naar behoren te vervullen. Daar horen het uitbetalen van correcte sociale uitkeringen en het opsporen van wie krijgt wat hem niet toekomt bij. Daarom mogen we niet onverschillig blijven bij de selectieve verontwaardiging over een pretpasje en de collectieve onverschilligheid over een anonieme kliklijn. Het gaat hier over fundamentele keuzes. Want als we straks klikken over wie weigert te klikken, zitten we helemaal in de DDR. En in die staat hadden ze ook ervaring met rijen. Niet voor de Keverbaan maar voor de bakker.
De Paradox van Parys verschijnt op maandag in De Standaard.
maandag 17 juni 2013 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Economen weten het ook niet meer
Afgelopen weekend kopte een partijvoorzitter in deze krant dat 'de economen van het IMF achter de tralies moeten gestoken worden'. Die zouden er namelijk voor verantwoordelijk zijn dat de Grieken te veel bespaard zouden hebben en zo hun economie recht de Vikoskloof in hebben gejaagd. Die uitspraak was niet enkel een illustratie van de eenzame intellectuele hoogte waarop ons politiek debat wordt gevoerd, ze is ook een veruitwendiging van de diepe malaise waarin de economische discipline zit. Volgens sommigen hoort de reputatie van de ganse economie als wetenschap ook thuis is in het Griekse Vikosravijn, de diepste gleuf ter wereld.
Economische wetmatigheden
Merkwaardig genoeg voeren we ons publiek debat veelal in termen van economische wetmatigheden. In het onderwijsdebat was de nood aan technisch geschoold personeel een parameter, in het migratiedebat speelt economie een rol en het buitenlands beleid stemmen we af op onze handelsrelaties zoals in het geval van China. Het enige probleem met die economische wetmatigheden is dat ze simpelweg niet bestaan. Dat economen niet in staat zijn geweest de huidige crisis te voorspellen is uitvoerig gedocumenteerd. Dat ze zelf ook niet meer weten hoe we eruit moeten geraken, wordt elke dag geïllustreerd.
Griekenland
Neem nu Griekenland waar de economen van het IMF besparingen oplegde, de voorbije week vervolgens van mening veranderde en daarmee de economen van de EU schoffeerden die op hun beurt beweerden dat de besparingen in de Peloponnesos nog moeten beginnen. Bij ons pleiten Paul De Grauwe en de hoofdeconomen van de Belgische banken ervoor om ons niet kapot te besparen terwijl Geert Noels en de Nationale Bank aantonen dat we de voorbije jaren meer hebben uitgegeven.
De bal en de man
Het noorden is zover zoek dat Nobelprijswinnaars niet langer de bal maar de man spelen. Paul Krugman omschreef het economisch beleid van EU Commissaris Olli Rehn als een 'Rehn of Terror'. Carmen Reinhardt van Princeton en Kenneth Rogoff van Harvard publiceerden een open brief aan diezelfde Krugman met volgende aanhef: "Beste Paul, we zijn diep ontgoocheld in je spectaculair onbetamelijk gedrag van de voorbije weken," refererend naar de kritiek die Krugman had op hun werk. Krugman zelf noemde het werk dat macro-economen de laatste 30 jaar hebben verricht "in het beste geval spectaculair onbruikbaar, in het slechtste geval bijzonder schadelijk."
Hoe moeten wij weten wat waar is?
Zonder economische wetmatigheden en met economen die het ook niet meer weten, hoe moeten wij nog weten wat waar is? Religieus economisch fundamentalisme waarbij we als kip zonder kop achter de ene of de andere school aan te hollen zal daarbij niet helpen. Nooit vergeten wat we niet weten wel. Zo is het bijvoorbeeld geen geheim dat de meest courante macro economische modellen, gebruikt door centrale banken, geen rekening houden met het bestaan van ... banken, ze zijn dus waardeloos bij een financiële crisis die banken treft. Of het simpele feit dat, alle computermodellen ten spijt, economie geen exacte wetenschap is en de mens geen rationele deelnemer aan het economisch verkeer zoals gangbare economische theorie wel belijdt. Of dat niemand het BNP van de V.S. in 1820, het Griekenland uit de Oudheid (of dat van nu) kan bezorgen omdat zo'n cijfers toen nog niet voorhanden waren en de economische wetenschap bijzonder jong is.
Het feit dat we denken te weten is onze grootste vijand. Boerenverstand onze beste bondgenoot. Dat zegt dat als je constant meer uitgeeft dan je verdient er geen enkel huishouden is dat het failliet vermijdt. Gelukkig weten we wel zeker dat economen negen van de laatste vijf recessies correct voorspeld hebben.
De Paradox van Parys verschijnt op maandag in De Standaard.
maandag 10 juni 2013 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Boswachter en stroper
Voor humor van de bovenste plank moet je vandaag enkel beleidsvoorstellen lezen. Zo raakte vorige week dat de regering valse werklozen wil laten opsporen door ... de vakbonden. Die bonden zouden per werkloosheidsdossier dat ze uitbetalen een lager bedrag krijgen dan vandaag, maar aanspraak kunnen maken op bonussen als ze frauderende werklozen kunnen klissen. Voorwaar een lumineus en doordacht idee waarvan ik meteen de flukse uitbreiding bepleit naar bijvoorbeeld de bankensector. Ik stel voor dat we Febelfin, de belangenclub van de financiële instellingen, vanaf nu belasten met het bankentoezicht. Per slot van rekening hebben ze meer expertise in de materie dan de FSMA. En vinden ze bij Febelfin een bank die 'too big too fail is' maar dat wel dreigt te doen, dan lossen we dat op met een bonus. Nu we toch bezig zijn, kunnen we meteen ook Electrabel verantwoordelijk maken voor de nucleaire controle. Vinden ze bij de energiegigant een scheurtje in hun eigen reactor? Dan delen we gezwind een bonus uit. Klaar is kees.
Sociale zekerheid
Het is een volkomen raadsel waarom niemand eerder op dit soort geniale ideeën is gekomen. Alhoewel, eerlijk is eerlijk, in de sociale zekerheid zijn ze al langer vertrouwd met bovenstaande logica. Daar controleren de sociale partners al jaren zichzelf. Dat gaat zo, de organisaties waar vakbonden en werkgevers zelf de baas van zijn, lichten de werking van vakbonden en werkgevers door. Neem nu de RVA waar, net als in de 15 andere instellingen van de sociale zekerheid, werkgevers en werknemers paritair de dienst uitmaken in het hoogste orgaan. Dezelfde vakbonden die de baas zijn in dat RVA-beheerscomité treden vervolgens op als uitbetalingsinstelling van die RVA wiens controlediensten hen op hun beurt in de gaten moeten houden. Zelfde verhaal voor de werkgevers bij bijvoorbeeld de RSZ.
Kalkoenen stemmen niet voor kerstmis
Die maffe situatie is geboren na WOII omdat de sociale partners de sociale zekerheid deels financieren en kennis bijbrengen van op het terrein. Vandaag, ruim 50 jaar later, is dit een absurde systeemarchitectuur zeker in het tijdperk van deugdelijk bestuur. Het huidige paritair beheer van de sociale zekerheid maakt bestuurders kwetsbaar voor het verwijt dat ze het particulier belang van hun eigen organisatie laten primeren boven dat van de sociale zekerheid en haar klanten. Maar nog crucialer is dat op deze manier de hervorming van de sociale zekerheid een schier onmogelijke opdracht wordt. Kalkoenen stemmen namelijk zelden voor kerstmis.
Simpel
Het is al ingewikkeld genoeg, dus laat het ons simpel houden. Vakbonden verdedigen de belangen van zij die werken en willen werken. Werkgevers van zij die werk verschaffen. Het idee om bonden tegelijkertijd te bombarderen tot belangenbehartiger van hun betalende leden én officiële klikspaan in ruil voor een bonus, is van de pot gerukt. Het is tijd om de systemische fouten uit de ruimere sociale zekerheid te halen, niet om ze uit te breiden. De stem van de sociale partners binnen de sociale zekerheid is waardevol maar een paritair beheer niet noodzakelijk. Echt onafhankelijke bestuurders, gekozen omwille van hun competenties, vermijden dat we situaties creëren waarin organisaties boswachter en stroper moeten zijn en moeten kiezen tussen hun leden of de overheid tekort te doen.
De Paradox van Parys verschijnt op maandag in De Standaard.
zondag 02 juni 2013 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Sport en Status
Prins Filip deed het gisteren net als ik voor de eerste keer: 20 kilometer door Brussel lopen. Niet dat we alleen waren. 37.000 andere mensen deden net hetzelfde en trotseerden een koude zondagochtend in mei om zichzelf te bewijzen. En ook wel om er vandaag aan het werkeiland over op te scheppen, soms in subtiele vorm zoals het mankend betreden van de bureauvloer of het licht kermend afdalen van de bedrijfstrap. Ideaal om een blik verhalen over de sportieve heldendaden van afgelopen weekend mee open te trekken. Maar sport is ook een reflectie van hoe welvarend we zijn als samenleving. Welke sport je beoefent, zegt veel over je sociaal-economische status.
Zeg me welke sport je beoefent en ik zal zeggen wie je bent
De Christelijke Mutaliteiten maakten vorige week bekend dat drie op de vier Vlamingen regelmatig sporten. In 1969 sportte maar 15 procent van de volwassenen. Twintig jaar later was dat al meer dan 40 procent en in 2009 meer dan 60 procent. Een evolutie die gelijke tred houdt met een stijgend algemeen welvaartsniveau. Maar sport is iets wat vooral hogere sociale klassen beoefenen. Het percentage sporters is het laagst (33 procent) bij mensen uit de laagste opleidingscategorie en het hoogst (73 procent) bij mensen met een hoog opleidingsniveau, leert Nederlands onderzoek.
Lopen
Bijna een derde van de sportieve volwassenen doet aan hardlopen. Het is een van de weinige vormen van sportief tijdverdrijf waar je zo goed als geen materiaal voor nodig hebt, net zomin als een abonnement op een sportschool of een trainer. Evy Gruyaert en een internetverbinding volstaan. Toch is de helft van de lopers hoger opgeleid, volgens onderzoek van de KU Leuven. Dubbel zoveel als het aantal hoger opgeleiden in de bevolking. De meest democratische sport onder de sporten krijgt zo de allure van de meest elitaire. Dat lopen een sport van vooral managers en intellectuelen is, komt doordat het ook de meest flexibele sport is. Je kan op elk uur van de dag en op gelijk welke plek op aarde lopen, zonder dat je met iemand hoeft af te spreken. Ideaal voor mensen met een drukke agenda die nood hebben aan compensatie voor een hoofdelijke inspanning. Je kan zelfs al lopend netwerken, zoals de kerel bewees die vorige week naast me kwam lopen langs de Leuvense Vaart. Na tien kilometer bleek het om een recruteringsgesprek voor de Evangelische Kerk te gaan. Wel origineel.
Bluffen blijft belangrijk
Maar het bluffen blijft belangrijk. Het bewijs daarvan is dat de hedendaagse manager steeds op zoek is naar grotere uitdagingen die collega's overtroeven. Berg beklimmen, de Mont Ventoux per fiets bedwingen of een triathlon winnen, daar halen we binnenkort de schouders voor op. Als je wat aanzien wilt op de wekvloer doe je mee aan de Marathon des Sables. Een zesdaagse loop van 254 kilomter in de Marokkaanse woestijn waarbij je bij 40 graden celsius je eigen rugzak torst.
Gezondheidseffecten
Al dat sporten heeft ook andere effecten. Als de cijfers van kanker-overleving naast elkaar worden gelegd, blijkt dat van alle hogeropgeleide mannen die een vorm van kanker kregen, na vijf jaar de helft nog in leven is. Bij de lager opgeleide mannen was dat een derde. Zo speelt sport en sociale klasse zelfs een rol bij hoe lang we leven.
En terwijl de meest democratische sport bij ons in de smaak valt van de elite, bouwt het Cubaanse regime de eerste 18-hole golf course sinds de revolutie op het communistisch eiland.
De Paradox van Parys verschijnt op maandag in De Standaard.
maandag 27 mei 2013 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Hakbijl
Meer dan 7.250 dagen al zoeken we in dit land naar een oplossing om de ongelijke behandeling van arbeiders en bedienden de wereld uit te helpen. Op 8 juli 1993 sprak het Grondwettelijk Hof zich voor het eerst kritisch uit over de veel langere opzeggingstermijn van bedienden. In 2011 besloot ze dat 20 jaar genoeg tijd was voor de wetgever om het probleem op te lossen en legde ze 8 juli 2013 vast als hakbijldatum. Zo werd het statuut van arbeiders en bedienden het BHV van de arbeidsmarkt. Een probleem dat zowel de sociale partners, de vakbondscentrales onderling, als de regering dwars doormidden splijt.
Simpel
De oplossing is nochtans simpel: een nieuw statuut voor iedereen. Zoiets betekent dat sommige mensen verworven rechten zullen moeten opgeven en dat andere er meer krijgen. In België maak je je ongeveer even populair met een voorstel voor vrijwillige ledemaat amputatie. Het jammere is dat het onvermogen ons aan te passen en bepaalde rechten op te geven, net onze sociale verworvenheden aantast. De vakbonden vinden dat we best iedereen dezelfde rechten geven als bedienden. Daar bedoelen ze iedereen behalve de ambtenaren mee. De werkgevers zien hun kans om de torenhoge ontslagregelingen voor bedienden naar beneden bij te stellen.
Economische gevolgen
Die discussie blijft ondertussen niet zonder economische gevolgen. Bijna de helft van de werkgevers zegt dat de onzekerheid over het nieuwe statuut hun beslissingen negatief heeft beïnvloed. Bij duurdere ontslagregels vreest bijna elk bedrijf met veel arbeiders voor banenverlies. Als we het nog een pak duurder maken om hier te fabriceren dan hebben we misschien wel uitgebreide opzegvergoeding voor erg weinig mensen die nog werken. Dat kan niet de bedoeling zijn.
Reculer pour mieux sauter
Om vooruit te geraken zullen sommige mensen een stap achteruit moeten zetten in hun verwovenheden. De vraag is of dat zo onlogisch is. Sinds WOII hebben we steeds meer rechten opgebouwd, dat houdt steek want de economie is er sindsdien op vooruit gegaan. Maar nu het moeilijker gaat zorgen sommige regels ervoor dat bedrijven minder snel mensen aannemen omdat het zo duur is ze te ontslaan wanneer het opnieuw slechter gaat. Die vicieuze cirkel moeten we stoppen. Dat kan zonder aan sociale afbraak te doen omdat we meer jobs kunnen creëren en ervoor moeten zorgen dat we mensen sneller en meer begeleiden naar nieuw werk, bijvoorbeeld door daarvoor een apart budget opzij te zetten. Vasthouden aan wat ooit was, is immers de beste garantie dat het nooit meer zo zal worden. Groei is onze beste vorm van bestaanszekerheid.
Iedereen zelfstandige
En als vakbonden, werkgevers en regering er helemaal niet uit geraken is er nog steeds het ultieme compromis: we geven iedereen het statuut van zelfstandige. Het idee komt uit een lezersbrief die opmerkte dat je dan "in plaats van 14 maanden betaald te worden voor 11 maanden werk, je 14 maanden werkt waarvan 12 betaald. Het vakantiegeld verdwijnt en het ziekteverzuim loopt fors terug want het wordt pas vanaf de 31ste dag vergoed. Dat zou een forse besparing zijn voor de sociale zekerheid. Er is dan geen zwangerschapsverlof meer of tijdskrediet, geen extralegale voordelen, minder kindergeld, lagere pensioenen." En op de koop zorgt dit voor 'algemeen geluk' want "in de ogen van de gemiddelde Belg is elke zelfstandige welvarend, werkt hij als het hem uitkomt en is hij zijn eigen baas en is hij nooit of zelden ziek." Iedereen tevreden.
De Paradox van Parys verschijnt op maandag in De Standaard.
maandag 13 mei 2013 - Geef je commentaar (10)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Cash for trash
Eind vorige week dobberde de plastieken eend van Florentijn Hofman de haven van Hong Kong binnen. Het ding is zes verdiepingen hoog en 20 meter lang. De Nederlandse artiest zegt dat zijn werk symboliseert dat we: "één familie zijn en de wereld onze globale badkuip is." Net met die badkuip gaat het grondig fout en wel door het plastiek dat erin drijft. Maar alsof dat nog niet erg genoeg is, verzint de EU remedies die goed ogen, geld kosten maar geen zoden aan de dijk zetten.
Fantastisch materiaal
Plastiek is een fantastisch materiaal dat ervoor zorgt dat we goedkoop kunnen verpakken, vervoeren, bouwen en genezen. Maar in de EU produceren we er 60 miljoen ton per jaar van. Het materiaal breekt nooit af en is onze oceanen zes keer meer aanwezig dan plankton. In elke kilometer zee zwemmen 13.000 stukken afval per vierkante kilometer, het merendeel ervan plastiek. Een ecologische ramp die vogels en andere dieren doodt omdat het spul in hun maag terecht komt.
EU Commissie
Reken op de EU Commissie om op de proppen te komen met een idee dat simpel en slim lijkt maar dat niet is. Net toen je dacht dat het EU landbouwbeleid niet gekker kon worden, wil de Visserij Commissaris de vissers die niet langer vis mogen vissen wegens overbevissing gunstig stemmen. Het idee is om hen te betalen voor het vissen van plastiek afval in plaats van vis. Bij een proefproject in ons land kregen vissers 10 euro voor elke zak van 250 kilogram opgevist afval. De Commissie wil dit initatief, Waste Free Oceans, deel van het visserijbeleid maken. Extra inkomen voor werkloze vissers en een schonere zee? Iedereen tevreden! Maar zo'n programma is de excuustruus van het milieubeleid, handig voor industrie en EU om zich van te bedienen maar met enkel placebo effect.
Absurd idee
Vissen voor plastiek is een betrekkelijk absurd idee omdat we nogal veel water hebben op deze aardkloot. Het is te zeggen zo'n 315 miljoen vierkante kilometer of 70% van de oppervlakte van de wereldbol. Drijvend afval verzamelen in vissersnetten is zoals sneeuw ruimen op de noordpool. Het tweede probleem is dat dobberende kunststof niet het echte probleem is maar letterlijk het topje van de plastiekberg die veertig keer groter is. Het zonlicht deelt plastiek op in microscopisch kleine deeltjes die tot op 150 meter diepte dwarrelen en véél kleiner dan confetti zijn. Dat is het spul dat in ons ecosysteem en op ons strand aanspoelt en waardoor elke kubieke meter strandzand ondertussen 5.000 deeltjes microplastiek bevat. Niet het soort materiaal dat een vissersnet vangt.
Even bellen met de Commissaris
Terwijl de ene EU Commissaris cash for trash uitdeelt, schiet de andere de maatregel doodleuk af. De EU Commissaris voor Milieu schrijft op de site van de Commissie: "De oceaan opkuisen is een optie, maar het is niet de meest efficiënte methode voor het verwijderen en voorkomen van afval. Je kan het vergelijken met het zeven van zand in de woestijn en dat is iets wat geen enkel land zich zou kunnen veroorloven." Misschien eens bellen met de collega voor Visserij? De woordvoerder van die laatste antwoordde trouwens betrekkelijk laconiek op mijn vraag hoe de EU verifiëert dat afval waar we voor betalen effectief uit zee wordt gevist: "Dat doen we niet. De pilootprojecten hebben als belangrijkste doel gedragsveranderingen en besef te creëren." Duidelijk.
Waste of Money
Dit weekend hield de EU opendeur om het publiek dichter bij zijn werking te betrekken. Maar zolang programma's als Wastefree Oceans een waste of money blijken is er werk aan de winkel. Zeker wanneer ze minder mediagenieke maar meer effectieve initiatieven die het probleem echt kunnen oplossen, zoals ingrepen aan de bron, in de schaduw stellen. Want wat we echt moeten doen is minder plastiek gebruiken, meer recycleren en uw herbruikbare tas mee naar de supermarkt nemen. Maar dat is uiteraard niet zo sexy als vissen voor plastiek en maakt de vissers ook aanzienlijk minder blij maar uw kleinkinderen zijn u dankbaar.
De Paradox van Parys verschijnt uitzonderlijk op dinsdag in De Standaard.
zondag 05 mei 2013 - Geef je commentaar (1)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Iedereen een moestuin
Moestuinen, stadslandbouw en lokaal produceren zijn hip. Wim Lybaert, de man die een tuinprogramma op VIER heeft, zei in deze krant dat 'als iedereen een moestuin had, er een pak minder problemen in de wereld waren'. Harald Welzer, de Duitse cultuursocioloog zei vorige week in een interview hier dat "een biologisch stadstuintje meer vermag dan het sluiten van alle kerncentrales door Angela Merkel." Ondertussen maakt Eetbaar Kortrijk een moestuin voor de stad in een gebied van 2.5 hectare binnen de stadsgrenzen en doet het Leuvens OCMW er een schep bovenop door in haar bestuursakkoord te vermelden dat "voor de landbouwgronden in Leuven, in eigendom van het OCMW, er een voorlopig moratorium op de verkoop komt, kaderend in het opstellen van een strategisch voedselplan." Een prima voorbeeld van een losgeslagen gedachte.
Sympathiek
Op het eerste zicht klint het, de Sovjet connotatie van een 'strategisch voedselplan' niet te na gelaten, allemaal best sympathiek. Het is aanlokkelijk om terug te keren naar hoe het vroeger was, zelfvoorzienend te zijn en een kleinere ecologische voetafdruk achter te laten. Een verhaal met als enige verliezers de sowieso al weinig innemende voedselmultinationals. Maar met permissie, dat is allemaal baarlijke nonsens. Als iedereen in de stad een moestuin had en in zijn eigen voedsel voorzag, dan zou het leven op aarde pas een puinhoop zijn. Met als enige verliezers wijzelf.
Huisvesting
In 1800 woonde 3 percent van de wereldbevolking in een stad. In 1950 was dat al een derde en binnen 40 jaar zal dat 70 percent van alle inwoners van de planeet zijn. Om die reden alleen al is het je reinste onzin om landbouwgrond een plek te geven in een stad. Het maakt het torenhoog huisvestingsprobleem enkel acuter, duwt de vastgoedprijzen de hoogte in en de mensen die het niet breed hebben de stad uit. Niet bepaald sociaal.
Collectief verarmen
Maar wat nog erger is, het is puur economisch ook een onzalige gedachte want lokaal produceren is collectief verarmen. Dat heeft met specialisatie te maken. Een eenvoudig voorbeeld maakt veel duidelijk. Stel je hebt een defecte auto en kan ofwel een dag verlof nemen en die zelf repareren of gaan werken en een meccanicien vragen dat te doen. Als je 100 euro per dag verdient en een garage kan je auto maken voor 50 euro, dan ben je beter af hem binnen te brengen bij de garage. Een gespecialiseerd technicus kan je auto sneller herstellen en het zal je minder kosten. Net zoals Spanje goedkoper sinaasappels kan produceren dan wij dat kunnen, al was het maar omdat wij hier niet bepaald gezegend zijn met een mediteraan klimaat. Kopen we toch lokaal en beslissen we Belgische sinaasappels aan te schaffen, dan kopen we te duur en morsen we met geld.
Bestaansminima
Dat is niet onschuldig want als we minder efficiënt produceren, betekent het ook dat we minder middelen hebben om mensen aan een baan of een huis te helpen, minder geld om onze kinderen goed onderwijs te bieden en minder middelen om bestaansminima uit te keren. Meer groen in de stad, graag. Maar landbouw binnen de stad in het kader van een strategisch voedselplan is beleidshomeopathie met armzalige gevolgen. Wellicht ontgaat de lichte ironie van wat er zich nu afspeelt de kapitalistische tegenbeweging, maar ze maken krak dezelfde fout als waar het kapitalisme zich aan bezondigd heeft: zich laten gijzelen door een losgeslagen gedachte die een kleine groep een goed gevoel geeft, zonder de consequenties voor de gemeenschap te overdenken.
De Paradox van Parys verschijnt op maandag in De Standaard.
maandag 29 april 2013 - Geef je commentaar (11)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Een regering van paupers
President Hollande verplichtte vorige week elk van zijn 37 ministers om hun vermogen openbaar te maken. Een hoogdag voor het voyeurisme en voor de kranten die uitpakten met de miljoenenrijkdom van twee ministers, Fabius en Delaunay. Die plotse openheid kwam er omdat de Franse minister van begroting 600.000 euro die in Zwitserland lag te vergelen vergeten aan te geven was. Zoiets kan iedereen overkomen maar toen het geheugen van de minister die de belastingen moest verhogen maar er zelf geen betaalde hem niet langer in de steek liet, liet de Franse president hem zitten. De ex-collega's van de ex-plastische chirurg, nu ook ex-minister van begroting, betaalden de rekening en moesten met de billen bloot op de website van de regering.
Ernstige zorgen
Omdat zo'n site met de vermogens van machtige ministers het slechtste in een mens naar boven brengt, heb ik dit weekend 37 vermogensaangiftes gelezen. En eerlijk gezegd, ik maak me ernstige zorgen: één van onze allerbelangrijkste handelspartners wordt bestuurd door een bende behoeftige bestuurders die hun eigen budget niet behoorlijk kunnen beheren. Aan zulke lieden hebben onze buren 1291 miljard euro, het budget van de Franse staat, toevertrouwd.
Neem nu Pierre Moscovici, de minister van economie. Na 30 jaar als minister en parlementslid heeft de man die het vermogen van Frankrijk moet doen groeien zelf een vermogen verzameld dat enkel bestaat uit een appartement gekocht aan 122.000 euro, 17.000 EUR op een beursrekening en 13.000 euro op zijn bankrekening. De minster van handel bezit enkel cash en een appartement ter waarde van 144.000 euro. Arnoud Montebourg die het industriële apparaat moet hervormen, heeft buiten zijn vastgoed letterlijk niets. Om nog te zwijgen van de omhaling die ze rond de regeringstafel organiseren om Yamina Benguigui, de minister van Francofonie, te voeden. Met aandelen ter waarde van 80,45 euro en een bankrekening met daar 198 euro op als totaal vermogen mogen de Fransen blij zijn dat Benguigui überhaupt opdaagt voor haar werk gezien haar ongetwijfeld acute hongersnood.
Desastreus persoonlijk budgetbeheer
De helft van de regering heeft minder dan 66.000 euro op de spaarrekening, het bedrag waar de gemiddelde Belg over beschikt. Dat terwijl een ministerwedde toch aardig aantikt en elk van hen een behoorlijk salaris had vooraleer ze toetraden tot de regering. Van de slechts tien ministers die lijken te weten wat een aandeel is, geven er vier aan dat hun portefeuille minder dan 500 euro waard is en twee ministers hebben respectievelijk 1.200 en 2.000 euro belegd op de beurs. Sommige ministers lachen in de pers met hun beperkt vermogen maar dat is eerder een indicatie van hun beperkt vermogen om in te zien dat hun falend persoonlijk budgetbeheer eigenlijk een diploma van onbekwaamheid is.
Astrofysica
Maar wat nog erger is, de leden van de Franse regering hebben door de band genomen evenveel kaas van economie en staatshuishoudkunde gegeten als van astrofysica. Bij de bewindvoerders die hun vorig beroep vermelden op de aangifte zit er welgeteld één bij die bediende was in de privé sector. Al de rest komt uit de publieke sector. En buiten Laurent Fabius, heeft al helemaal niemand een eigen bedrijf. Nochtans kan de expertise van mensen die niet enkel geld herverdelen maar ook weten hoe je het verdient best nuttig zijn voor een land in crisis. En dan hebben we het nog niet gehad over de onthechting die een functie als minister vereist maar ontbreekt bij de Franse excellenties gezien hun precaire financiële toestand. Straks krijgen de Fransen nog heimwee naar hun vorige begrotingsminister.
De Paradox van Parys verschijnt op maandag in De Standaard.
zondag 21 april 2013 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Arm België
Je afkomst die je toekomst bepaalt, dat is het failliet van een verzorgingstaat. Toch gebuert het nog steeds bij ons en meer dan we denken. Vorige week berekende Unicef dat één op de tien kinderen in België arm is. Een score die ons een rode lantaarn oplevert in de Westerse wereld. En een regelrechte aanklacht voor een land met inwoners die rijker zijn dan Duitsland, belastings-tarieven die hoger zijn dan in Scandinavië en een overheidsbeslag dat groter is dan 50%. Hier klopt dus iets niet. Ofwel is onze overheid hopeloos inefficiënt en vloeit het geld van onze heverdeling niet naar hen die het echt nodig hebben. Ofwel staat meer geld niet gelijk aan minder armoede en ligt de sleutel tot het probleem ergens anders.
Nieuwe ideeën
Natuurlijk kunnen we armoede efficiënter bestrijden. De strijd tegen armoede is een federale én regionale bevoegdheid. En over de organisatie van onze staat kunnen we geen boom maar een bos opzetten. Zo is een job nog altijd het beste sociale programma maar is economie een regionale bevoegdheid, loonkost een federale en werk een gedeelde om te zwijgen over de steden en gemeenten. Het zou dus best eenvoudiger kunnen. Maar laat ons eerlijk zijn, een effciënte staat en meer budget helpen maar zijn onvoldoende om een probleem zoals armoede de wereld uit te helpen. Daar hebben we innovatieve inzichten voor nodig zoals: wat als praten zou helpen om armoede uit te roeien?
30 miljoen woorden
Ik gaf vroeger als vrijwilliger taalles aan een Marokkaans jongetje van negen dat met zijn mama hier was komen wonen. Dan snap je dat taal de sleutel tot alles is. Want als je mama het briefje over de schooluitstap of zelfs je rapport niet kan, lezen raak je hopeloos achter. Ook al doe je zelf je best om mee te kunnen in het derde leerjaar. Maar terwijl meer Nederlands spreken een evidente stap lijkt om armoede te doorbreken bij anderstaligen is dat net zo bij Nederlandstaligen. Een kind van drie jaar dat in een arm gezin opgroeit heeft thuis namelijk gemiddeld 30 miljoen (!) minder woorden gehoord dan een driejarige met hoger opgeleide ouders.
600 woorden per uur
Ter vergelijking, kinderen van ouders die werkloos zijn horen 600 woorden per uur tijdens hun eerste levensjaren. Kinderen uit middenklasse gezinnen dubbel zoveel en kinderen wiens ouders hogere studies hebben gedaan luisteren naar 2,100 woorden per uur. Omdat kinderen stoppen met taalontwikkeling wanneer ze het taalniveau van hun ouders bereiken, geven families zo een taaldeficit door van generatie op generatie. Op die manier wordt een taalkloofje uiteindelijk de breedte van de Grand Canyon en wordt een arm kind een arme volwassene aangezien taal je vermogen om verder te studeren bepaalt. Er bestaat trouwens niet enkel een directe correlatie tussen het aantal woorden dat een peuter te horen kreeg, zijn of haar IQ en schoolprestaties maar onderzoekers beweren zelfs dat het verschil in academisch succes tussen arme en andere kinderen helemáál te wijten is aan taalontwikkeling.
Geweldig nieuws
Eigenlijk is dat ronduit geweldig nieuws. Als ouders weten dat het belangrijk is om met je baby te spreken, als bibliotheken, Kind & Gezin en OCMW's ouders daarin trainen en als we nieuwe technologie inzetten die in andere landen al haar conversatie nut heeft bewezen dan is er hoop. Niet makkelijk maar een fluitje van een cent in verglijking met armoedebeleid in een 'homogeen bevoegdheidspakket' steken of extra geld vinden. En gelukkig zjin woorden goedkoop.
De Paradox van Parys verschijnt op maandag in De Standaard.
dinsdag 16 april 2013 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Arm België
een verzorgingstaat. Toch gebuert het nog steeds bij ons en meer dan we denken.
Vorige week berekende Unicef dat één op de tien kinderen in België arm is. Een
score die ons een rode lantaarn oplevert in de Westerse wereld. En een regelrechte aanklacht voor een land met
inwoners die rijker zijn dan Duitsland, belastings-tarieven die hoger zijn dan in
Scandinavië en een overheidsbeslag dat groter is dan 50%. Hier klopt dus iets
niet. Ofwel is onze overheid hopeloos inefficiënt en vloeit het geld van onze
heverdeling niet naar hen die het echt nodig hebben. Ofwel staat meer geld niet
gelijk aan minder armoede en ligt de sleutel tot het probleem ergens anders.
Natuurlijk
kunnen we armoede efficiënter bestrijden. De strijd tegen armoede is een
federale én regionale bevoegdheid. En over de organisatie van onze staat kunnen
we geen boom maar een bos opzetten. Zo is een job nog altijd het beste sociale
programma maar is economie een regionale bevoegdheid, loonkost een federale en
werk een gedeelde om te zwijgen over de steden en gemeenten. Het zou dus best
eenvoudiger kunnen. Maar laat ons eerlijk zijn, een effciënte staat en meer
budget helpen maar zijn onvoldoende om een probleem zoals armoede de wereld uit
te helpen. Daar hebben we innovatieve inzichten voor nodig zoals: wat als
praten zou helpen om armoede uit te roeien?
Ik gaf
vroeger taalles aan een Marokkaans jongetje van 9 dat met
zijn mama hier was komen wonen. Dan snap je dat taal de sleutel tot alles is. Want
als je mama het briefje over de schooluitstap of zelfs je rapport niet kan,
lezen raak je hopeloos achter. Ook al doe je zelf je best om mee te kunnen in
het derde leerjaar. Maar terwijl meer Nederlands spreken een evidente stap
lijkt om armoede te doorbreken bij anderstaligen is dat net zo bij
Nederlandstaligen. Een kind van drie jaar dat in een arm gezin opgroeit heeft
thuis namelijk gemiddeld 30 miljoen (!) minder woorden gehoord dan een driejarige
met hoger opgeleide ouders.
Kinderen van ouders die werkloos zijn horen 600 woorden per uur
tijdens hun eerste levensjaren. Kinderen uit middenklasse gezinnen dubbel
zoveel en kinderen wiens ouders hogere studies hebben gedaan luisteren naar
2,100 woorden per uur. Omdat kinderen stoppen met taalontwikkeling wanneer ze
het taalniveau van hun ouders bereiken, geven families zo een taaldeficit door van
generatie op generatie. Op die manier wordt een taalkloofje uiteindelijk de
breedte van de Grand Canyon en wordt een arm kind een arme volwassene want
taal bepaalt je vermogen om verder te studeren. Er bestaat trouwens niet enkel een
directe correlatie tussen het aantal woorden dat een peuter te horen kreeg,
zijn of haar IQ en schoolprestaties maar onderzoekers beweren dat het
verschil in academisch succes tussen arme en andere kinderen helemáál te wijten
is aan taal.
Eigenlijk is dat ronduit geweldig
nieuws want dat betekent dat praten helpt. Dus in plaats van een tijdrovende staatshervorming rond armoedebestrijding of op zoek te gaan naar extra middelen kunnen we ons beter focussen op arme
gezinnen meer te doen praten voor een echt resultaat. Als ouders weten dat het belangrijk is om met je baby te spreken, als
bibliotheken, Kind & Gezin en OCMW's ouders daarin trainen en als we nieuwe
technologie inzetten die in andere landen al haar conversatie nut heeft bewezen
dan hoeven we binnen een paar jaar niet meer achterop te hinken in het Unicef
rapport. Er is hoop
want gelukkig zijn woorden goedkoop.
maandag 15 april 2013 - Geef je commentaar (1)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
- 1 / 34 - volgende pagina







