Recent op de blog

Recent in de pers

Karoshi

vrijdag 18 mei 2012 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

It’s the schools, stupid!

ecole-flamande

Ik zal niet lang genoeg op de schoolbanken hebben gezeten, maar ik snap werkelijk niets van de plannen die het katholieke onderwijs deze week bekendmaakte om ons secundair onderwijs te hervormen. Die plannen lijken mij tot meer eenheidsworst te leiden, terwijl de toekomst net meer onderwijs op maat is. En ze zijn zo complex dat je ze aan een gemiddelde toehoorder zonder hoger diploma niet uitgelegd krijgt. Dat is jammer, want net ons onderwijs is de sleutel voor het oplossen van onze huidige problemen. Terwijl regeringsleiders in Europa en in ons land zich het hoofd breken over hoe ze groei kunnen stimuleren met een lege overheidskas, is het antwoord misschien een stuk eenvoudiger dan we denken. Hieronder mijn versie van een simpel plan dat focust op het Franstalige onderwijs in Brussel.

Zwak Franstalig onderwijs in Brussel
Eerst het slechte nieuws. De Oeso, die met de bekende Pisatests het onderwijsniveau in verschillende landen meet, concludeert dat het Franstalige onderwijs in onze hoofdstad onder het gemiddelde van de andere Oeso-landen ligt. Op een weinig benijdenswaardige statistiek scoort het Franstalige onderwijs wel relatief hoog: in weinig andere onderwijssystemen is de afkomst van je ouders zo bepalend voor je succes op school. Vrij vertaald betekent dat dat als je ouders hoger opgeleid zijn, de kans dat je het goed doet op school veel groter is dan als je ouders lager op de sociale ladder staan. Met andere woorden, het Franstalige onderwijs doet net het omgekeerde dan waar het voor uitgevonden is.

Kloof dichten = economisch groeien
Maar elk nadeel heeft zijn voordeel. De kloof tussen het Franstalige onderwijs en het Vlaamse onderwijs op de befaamde Pisa-tests bedraagt veertig punten. Als we erin slagen die kloof te dichten, creëren we haast vanzelf economische groei. Een hoger opgeleide bevolking zorgt voor meer toegevoegde waarde en inspireert de economie. Onderzoek toont aan dat een verhoging van de Pisa-score met veertig punten leidt tot een economische groei van 0,9 procent voor een land of regio. Het verbeteren van het algemeen onderwijsniveau in dit land kan ons dus een groei opleveren die voor banen zorgt. In tijden van nulgroei en recessie trekt niemand daar zijn neus voor op.

Geluk bij een ongeluk
Nu denkt u natuurlijk dat we eerst pakken euro's, die we niet hebben, in dat onderwijs zullen moeten investeren vooraleer we enig resultaat zien. Dat hoeft niet. Twee consultants van het adviesbureau McKinsey kwamen tot de vaststelling dat het onderwijsbudget per leerling in het Franstalige onderwijs in het Brusselse hoger ligt dan het gemiddelde in de Oeso-landen. Dat is een geluk bij een ongeluk. We investeren dus nu al meer dan gemiddeld voor een resultaat dat onder het gemiddelde ligt, maar meer geld is niet meteen nodig voor een beter rendement. Het veranderen van de manier waarop schooldirecties werken en het aantrekken van de beste leerkrachten levert enorme winst op. Een directeur als pedagogische coach en niet als administratieve bediende dus. Een goede leerkracht is ook veel belangrijker voor het niveau van het onderwijs dan de grootte van de klas. Uit de onderzoeken blijkt dat kleinere - en dus duurdere klassen - geen groot effect op de onderwijsresultaten hebben. Hoe goed de leerkrachten zijn, is wel doorslaggevend.

Focussen op grootste noden
Allemaal tips waar we in Vlaanderen best ook nog iets mee kunnen aanvangen. Als we daar nu mee starten alvorens de middelmaat te promoveren tot de norm met een nieuwe en onbegrijpelijke hervorming. Maar het wegwerken van het verschil tussen het Franstalige Brusselse onderwijs en dat in Vlaanderen kan ons een ontzettend grote economische groei opleveren. Zelfs zonder extra middelen. Er is dus werk aan we winkel, maar waar een wil is, is een weg.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 11 mei 2012 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

We hebben geen bazen meer

boss

Gisteren heb ik van een door de wolf geverfd ondernemer een verhaal gehoord dat ik de laatste tijd al een paar keer in verschillende varianten heb opgevangen. De man vertelde me over één van zijn medewerkers die hij een opdracht voor een klant gegeven had en die hem twee weken later was komen vinden met de melding dat hij zijn project niet interessant vond. Op de vraag wat hij al gedaan had volgde het antwoord ‘niets'. Op de vraag of hij überhaupt nog van plan was om er een vinger voor uit te steken was het antwoord, neen. En als er hem werd duidelijk gemaakt dat die klant er wel voor zorgde dat zijn loon betaald werd en hij binnenkort een interessanter project kon doen, volgde een schouderophalen. En de bons van de baas.

Participatieve bla bla
Een medewerker ontslaan wegens gebrek aan interesse, is vloeken in de kerk van het participatief leiderschap. Het is een van de nieuwste buzz words in management speak. Een taal die om de haverklap nieuwe woorden verwelkomt. Als het even kan met een boek, een lezingenreeks en een stuk of wat interviews die de bedenker van het laatste concept een aardige stuiver oplevert. "Participatief leidinggeven," zo leert de participatie wiki ons, "is het geheel van leiderschapsopvattingen en -gedragingen, die vertrekken van uit de centrale idee dat je in een organisatie of in een groep, binnen de krijtlijnen van een missie of een opdracht, permanent beroep doet op en aansluiting zoekt bij het aanwezige menselijke kapitaal, dit wil zeggen bij de drijfveren, de ambities, de opvattingen, de ontwikkelingsbehoeften en de ideeën van de medewerkers." Echt waar.

Fout van de baas
Als ik bovenstaande met enige moeite ontcijfer, moet de baas die een ongeïnteresseerde medewerker aan de deur zet eigenlijk zelf vrezen voor ontslag. Medewerkers niet gemotiveerd? Ligt aan de baas. Ontwikkelingsbehoeften van de medewerkers verkeerd ingeschat? Gebrek aan participatief leiderschap. Het is de uitwas van een recent fenomeen waarbij de baas je beste vriend moet zijn, je interne zielenroerselen moet kennen en mee op uitstap gaat. Kortom de nieuwe baas mag alles zijn, behalve de indruk wekken de baas te zijn. God verhoede dat hij of zij een direct order zou geven aan zijn ondergeschikten - woordgebruik dat je ongetwijfeld een fikse bekeuring van de participatieve politie oplevert.

Ziekte verovert Vlaamse werkvloer
De ziekte waarbij de baas je beste vriend is, verovert de Vlaamse werkvloer. We hebben geen echte bazen meer. Vooral in grotere organisaties, verwarren leidinggevenden hun job met die van politicus. En willen ze vooral door iedereen ‘tof' worden gevonden, eerst en vooral in de 360° evaluaties van hun medewerkers. Maar tof is overgewaardeerd. Bazen moeten leiden, knopen doorhakken en potten breken. Consensusleiderschap leidt naar Japanse toestanden. Waar een beslissing zo lang op zich laat wachten dat de concurrentie ondertussen al lang een nieuw product op de markt heeft en de economie al een decennium stagneert.

Eerlijkheid loont
Natuurlijk doe je als baas beroep op de sterke punten van je medewerkers. En niemand hangt voor zijn plezier de onpopulaire Hans uit. Maar uit ervaring weet ik dat medewerkers het uiteindelijk wel appreciëren als je hen ook gewoon zegt dat hun werk niet goed is of de job niet geschikt voor hen. Anders begint de werkvloer op een slecht toneelstuk te lijken waarvoor niemand meer een recensie durft te schrijven. Van kritiek word je beter, ook al is die niet tof. Van gezwijmel word je middelmatig.

Baas en bediende
Oh, en die medewerker die door de ervaren ondernemer aan de deur werd gezet is een paar weken geleden erg rijk geworden toen het bedrijf waar hij intussen werkte door facebook werd overgekocht. Being nice doesn't always pay. Dat geldt dus duidelijk voor baas én bediende.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 04 mei 2012 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Conservatieve progressiviteit

SS_Wacky_Taxes_cover2

Wat we al lang wisten, is gisteren nog maar eens bevestigd: ons land is belastingkampioen. De cijfers die de Oeso bekendmaakte, plaatsen ons op eenzame, wereldwijde hoogte: een eenverdiener zonder kinderen betaalt hier voor elke 100 euro die hij verdient, 55,50 euro belastingen. Het gemiddelde bij werknemers in andere Oeso-landen ligt op 35,3 euro. Zolang je werkt, belasten we er dus op los. Gelukkig, hoor ik u zeggen, zijn die belastingen fair, want progressief. Dat betekent in theorie dat we de rijken meer belasten dan de armen. Maar niets is zo conservatief als ons doorgeschoten progressief belastingsysteem.

Griekse beginselen
Voor de geschiedenis van de progressieve belasting moeten we terug naar het land waar het gebrek aan betaalde belastingen het einde van een tijdperk inluidde: Griekenland. In de vijfde eeuw voor Christus werd, na de Peloponnesische oorlog, een progressieve inkomstenbelasting ingevoerd. De morele grondslag van die belasting ligt in het feit dat rijken een groter gebruik hebben gemaakt van het gemeenschappelijk goed en daardoor hun rijkdom vergaard hebben. Met de progressieve belasting lossen ze dus een schuld aan de samenleving in.

Snel rijk
Maar geschiedenis en morele grondslag daar gelaten, er schort wat aan ons systeem. Het eerste mankement is dat we wel heel snel 'rijk' zijn volgens onze belastingwetten. Als u meer dan 34.330 euro per jaar verdient, zelfs met twee, hebt u al het bedenkelijke geluk in de hoogste belastingsschaal te belanden. En dus meer dan de helft van wat u verdient af te dragen.

Maar 1/3 overheidsinkomsten uit consumptie
Het tweede fundamentele probleem is dat onze fiscus twee derde van al zijn inkomsten bij werkende mensen haalt. Er is haast geen enkel ander land dat werk zo ontmoedigt als België. Terwijl elke politicus belijdt dat we juist meer werkende Belgen nodig hebben om onze sociale voorzieningen te betalen.

Progressief en regressief
En mijn derde probleem is de progressiviteit van de belastingen en de regressiviteit van onze tegemoetkomingen. Je zou denken dat als je meer dan vijftig procent van je inkomsten afstaat aan de gemeenschap, de inhaligheid van de overheid stopt. Maar nadat die herverdeling is gebeurd, begint de overheid opnieuw. Zo is de bijdrage die je moet betalen of de tegemoetkoming die je krijgt voor kinderopvang, het abonnement op het openbaar vervoer, thuiszorg, een sociale woning, medicijnen, bouwpremies en stookolie inkomengerelateerd.

Vroeg stoppen met werken
Simpel gesteld is Jan die 100 euro verdient en onder de hoogste belastingschijf valt, niet veel beter af dan Piet die 70 euro verdient maar daarover veel minder belasting betaalt. Want die houdt niet alleen relatief meer over van zijn inkomen, maar zal ook minder moeten betalen voor een kinderdagverblijf, zal goedkoper kunnen wonen als hij een beroep kan doen op een sociale woning en zal minder moeten betalen voor zijn medicijnen. Geen wonder dat iedereen vroeg wil stoppen met werken. Dat is absurd. De afgunstmaatschappij heeft ons zo ver geleid dat we de werkenden ontmoedigen. Zo zagen we vrolijk de tak af waarop we zitten.

Inkomstengerelateerde vuilniszakken
Mijn punt is dat niet enkel onze belastingen te hoog zijn, ze zijn ook zó progressief dat ze unfair zijn. Ons progressieve systeem is doorgeschoten en dringend aan revisie toe. Ondertussen ben ik al blij dat de onzalige gedachte die ooit bestond om ook de prijs van de vuilniszak te linken aan het inkomen, voorlopig geen doorgang heeft gevonden. Tenslotte kost het de overheid evenveel om de vuilniszak van een rijke of een arme Vlaming op te halen.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

 

vrijdag 27 april 2012 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Kuddegedrag

werken.jpg.h380.jpg.568

We kennen het van op school maar onderkennen het niet op de werkvloer: het feit dat de groep ons gedrag bepaalt. Zoiets geven we nu eenmaal niet graag toe omdat het niet strookt met de mythe van de vrije en ontvoogde mens. Toch legt een kudde zijn normen op, vaak tegen een hoge economische kost. En als collega's de ultieme kudde zijn, zijn wij het ultieme schaap. Een voorbeeld. Ik heb een vriend die we voor de handigheid even Dirk noemen. Hij is enkele maanden geleden voor de groendienst van één van de grootste gemeenten in ons land gaan werken. Op die manier kon hij als gescheiden papa op tijd thuis zijn om zijn kinderen van school te halen. Dirk is wat je noemt een geboren werker. Gemiddeld gezien heeft de man de man al een boom of tien gerooid, een plantsoen of vier aangeplant en een container of twee gevuld als de rest van het land ontwaakt.

Reprimande voor werklust
Nu zou je denken dat je met zo'n houding meteen de ster van de gemeentelijke groendienst wordt. Wie wil er immers niet zo'n collega? De gemeentelijke groendienst dus. Dirk heeft recent een vriendelijke doch niet mis te verstane reprimande gekregen van zijn ploegbaas. Reden? Zijn werklust. Zo namen zijn collega's het niet in dank af dat Dirk zich vragen stelde bij het feit dat er een volledige werkdag was voorzien om werkkleding uit te kiezen. Acht uur lang voor een opdracht van een kwartier. Of toen hij vriendelijk opmerkte dat om rond half vier 's middags uit te klokken, je niet noodzakelijk om half drie moet stoppen met werken. Dat was buiten zijn collega's gerekend die minstens een uur nodig hebben om ‘binnen te rijden' en te douchen. Maar het werd zijn overste pas echt te veel toen Dirk zich nietsvermoedend als (enige) werkwillige meldde op een stakingsdag. Zijn baas stuurde hem prompt naar huis met de vraag of hij een carrière van korte duur beoogde.

Bandwerk
En vooraleer u denkt dat dit fenomeen zich enkel op kosten van de belastingbetaler voordoet wil ik u het verhaal van een andere vriend van me niet onthouden. Die deed een vakantiejob bij een industrieel bedrijf in Leuven. Hij stond daar aan de band en zag daar hoe er twee mensen zich uitsloofden om hun werk snel en accuraat uit te voeren. Ook zij kregen te maken met de collectieve dwang van de werkvloer. Het acute gevaar voor de rest van de band was immers dat de directie de band zou versnellen op basis van de prestaties van de twee vlijtige arbeiders.

Face time
En vooraleer u denkt dat dit fenomeen zich beperkt tot arbeider jobs kan ik u vertellen dat er op mening bureau in dit land nerveus wordt geschuifeld rond de klok van zes. Want durft u naar huis te gaan voor uw collega's dat doen, laat staan als de baas nog achter haar bureau zit? Sommige bedrijven hebben er zelfs een woord voor: ‘face time.' Achter je bureau blijven zitten enkel en alleen om je gezicht aan de baas te laten zien. Terwijl je evengoed naar huis kon gaan.

Nie pleuje
Iedereen maakt in dergelijke situaties een afweging: plooien of mezelf het leven zuur maken. Want als je gedrag betekent dat je jezelf buiten de groep stelt, weet je dat je tekent voor een leven vol collegiale tegenkanting. En aangezien we acht uur op een dag op de werkvloer doorbrengen, is dat allesbehalve een prettig vooruitzicht.

Dure schapen
Dat soort schaapachtig gedrag heeft een enorme prijs. Het is moeilijk te berekenen, maar als je alle werknemers die uit vrees het zwarte schaap van het eiland te worden het motto 'festina lente' huldigen, bij elkaar optelt, dan verliezen we tonnen productiviteit. Niet alleen puur economisch is kuddegedrag schadelijk, ook ons sociale weefsel lijdt eronder. Want achter je scherm wat zitten surfen tot de baas vertrekt terwijl je eigenlijk thuis met de kinderen had moeten zijn, is niemands gedroomde tijdverdrijf. Het zou een pak goedkoper én leuker zijn als iedereen de moed had om de cultuur in de eigen kudde bij te sturen.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

 

vrijdag 20 april 2012 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Economie en zelfdoding

mmw_suicide_article

Elk jaar kosten zelfdoding en pogingen tot zelfdoding de Vlaamse economie 500 tot 600 miljoen euro. Dat zit hem, volgens Lieven Annemans die gezondheidseconoom is aan de UGent, vooral in het verlies aan arbeidsproductiviteit. Ter vergelijking voegt de professor er de kosten van het fileprobleem aan toe, die worden op 250 miljoen euro geschat. Ondertussen zijn de cijfers over zelfdoding zo alarmerend dat het niet enkel een maatschappelijk maar ook een groot economisch probleem is. De belangrijkste doodsoorzaak bij mannen tussen de 35 en de 50 jaar bij ons? Zelfmoord. Bij jongeren piekt zelfdoding eveneens als één van de belangrijkste doodsoorzaken. In totaal stappen er dagelijks drie Vlamingen uit het leven en ondernemen ongeveer 45 Vlamingen een poging. Dat zijn meer dan 1.100 Vlamingen per jaar die sterven door zelfdoding of vijf keer meer dan er Belgen vermoord werden in 2009. In Europa moeten we haast geen enkel ander land laten voorgaan als het op zelfdodingcijfers aankomt. We hebben dus een probleem.

screenhunter3if0

Economische crisis
Minister Jo Vandeurzen van Volksgezondheid wijt het stijgende aantal zelfdodingen voor een deel aan de economische crisis. Dat is interessant omdat ze nog een andere link legt tussen zelfdoding, iets wat wij voornamelijk als een mentaal probleem zien - en dus een irrationele beslissing - en economische theorie die net de rationele mens als uitgangspunt neemt. Twee Princeton economisten kwamen al in 1974 op de proppen met een model dat sommige zelfmoorden kan voorspellen en kaderen als perfect rationeel. In het kort komt het erop neer dat je de waarde van een leven berekent. Dat doe je door alle geluk dat in leven kan zitten bij mekaar op te tellen, daar de kost van hoe je aan dat geluk komt van af te trekken en zo de net present value van je levensplezier te berekenen. Is de som negatief, dan is zelfmoord een redelijke beslissing.

Zelfdoding als rationele beslissing
In het model werd voorspeld en bewezen dat zelfmoord toeneemt naarmate je ouder wordt, afneemt als je inkomen stijgt en daalt wanneer je ‘zin in het leven' groot is. De opportuniteitskost of de prijs om zelfmoord te plegen is wel voor iedereen verschillend. Iemand die 20 is heeft een heel andere verwachting rond toekomstig geluk en inkomen en zal dus ook een hogere opportuniteitskost hebben om die rationele beslissing te nemen. Dit debat is belangrijk omdat het gaat over hoe we zelfdoding zien. Want zouden we even veel geld vrij maken voor een ziekte die tussen onze twee oren zit als voor een ziekte die rationeel is en kan genezen worden? Of vinden we het toch makkelijker fondsen te voorzien voor iets dat we kunnen oplossen dan voor psychische aandoeningen? 

Gefaalde poging, beter leven
En er is nog iets dat economie ons kan leren over zelfdoding. Mensen die een niet-succesvolle poging tot zelfmoord hebben ondernomen doen het achteraf economisch veel beter dan zij die wel zelfmoord overwogen hebben maar nooit een poging ondernomen hebben. De eerste categorie verdient gemiddeld een vijfde meer dan de laatste. Dat wordt verklaard door het feit dat een keer je zelfmoord probeert en faalt je heel wat makkelijker zorgen en aandacht krijgt van medische professionals maar ook van familieen vrienden. Hulp levert dus duidelijk resultaten op. 

Piraha
Zelfdoding is dus niet enkel een menselijk, irrationeel drama maar ook een grote economische kost die soms stoelt op een rationele beslissing. Hoe we zelfdoding zien, bepaalt hoe we het probleem aanpakken. In ieder geval moeten we dringend een kijkje gaan nemen in de Amazone. Daar woont de Piraha stam die geen enkel gekend geval van zelfdoding telt.

Zit je met vragen over zelfdoding? Dan kan je terecht bij de Zelfmoordlijn op 02 649 95 55 of op www.zelfdoding.be. De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard. 

vrijdag 13 april 2012 - Geef je commentaar (2)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Mooie mensen zijn slimmer

abercrombie-and-fitch

In Brazilië krijgen arme mensen gratis facelifts omdat ‘iedereen recht heeft op schoonheid'; Aan onze universiteiten kan u binnenkort weer een hele horde huppelende en kort gerokte vrouwelijke studentes aantreffen, klaar voor de mondelinge examens. En op de Waterloolaan maakt de Amerikaanse kledingketen Abercrombie & Fitch van mooie mensen op de werkvloer zijn uitstalraam. Mooie mensen, zo gaat de volkswijsheid, hebben een voetje voor in het leven én op de werkvloer. Dat schoonheid en economisch succes met elkaar gelinkt zijn, klopt. Maar lang niet altijd zoals wij denken. Onze obsessie met schoonheid is niet zo oppervlakkig als we zelf denken en de slinger slaat niet altijd in dezelfde richting door.

Symmetrische schoonheid
Om schoonheid te begrijpen moeten we eerst naar de biologie. In essentie vinden we mensen mooi als ze symmetrische gezichtstrekken hebben. Of als ze een gezonde huid en glanzend haar hebben. Daar blijkt biologisch wat voor te zeggen omdat het karakteristieken zijn van gezonde mensen en dus interessante specimen om mee te paren. Bovendien is het voor een embryo bijzonder moeilijk om in zijn ontwikkeling een perfecte symmetrie te bewaren - enkel embryo's met goede genen slagen daar in. Er zit dus behoorlijk wat natuurlijke selectie in het feit dat we symmetrisch bevonden medemensen aantrekkelijk vinden. 

Intelligentie
Maar er is ook een andere goede redenen dat bevallige mensen professioneel verder springen: ze zijn ook slimmer. Tenminste dat is de stelling van Dr. Miller van de universiteit van New Mexico. Hoe symmetrischer - en dus hoe mooier - iemands fysieke karakteristieken zijn, hoe hoger de score op een algemene intelligentie test. Dat wordt bevesigd in een andere onderzoek waarin één groep mensen een IQ test invulde en een andere groep aan de hand van foto's hun resultaten diende in te schatten. U raadt het al, de letterlijk knappe koppen waren dat vaker ook figuurlijk. Het is geen toeval dat ‘knap' bij ons zowel slim als schoon betekent.

Business strategie
Als je twee gelijkwaardige kandidaten hebt, is mooie mensen aanwerven dus een perfect legitieme business strategie. Die wijsheid komt uit de koker van Dr. Hamermesh van de universiteit van Texas. Die rekende nog voor dat ‘lelijke' mannen ongeveer tien percent minder verdienen dan gemiddeld. Knappe exemplaren 5% meer. Shanghai is de ergste plek voor lelijke vrouwen, die verdienen er een derde minder dan gemiddeld. Maar het is ook de beste plek voor bekoorlijke Chinese dames, die verdienen er tien procent meer dan doorsnee.

Nadelen
Maar schoonheid is niet altijd positief op de werkvloer. Dat blijkt dan weer uit onderzoeksresultaten die deze week het licht zagen. In die test stuurden onderzoekers 2.500 CV's uit, de helft met en de andere helft zonder foto. De mensen op de foto hadden voordien allemaal een schoonheidsscore gekregen. Attractieve mannen mochten sneller op interview komen dan hun onooglijke collega's. Maar aantrekkelijke vrouwen hadden 11 brieven nodig voor ze uitgenodigd werden terwijl de gemiddeld uitziende vrouwen er maar zeven hoefden te sturen. De onderzoekers konden hier geen verklaring verzinnen. Behalve dat 93% van de HR managers die beslisten of een kandidaat op interview mocht komen een vrouw was.

Discrimineren
Wettelijk mag je niet discrimineren op basis van geslacht, handicap, ras, of seksuele geaardheid. Maar mag je dus wel lustig lelijke mensen discrimineren. Of beeldschone.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

donderdag 05 april 2012 - Geef je commentaar (2)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Mooi weer vandaag

sun

De eerste zonnestralen, strak blauwe lucht en een vleug onnavolgbaar optimisme maakt zich meester van de zakdoek die ons land groot is. Terrassen worden uitgestald, broeken worden opgerold en de eerste rokjes maken hun opwachting. Daar wordt zelfs de meest zwartgallige Belg goed gezind van. De zon zorgt voor een goed humeur. Een goed humeur voor optimistische beslissingen. En optimistische beslissingen voor blije handelaars. We kopen nu eenmaal meer bij strakblauwe hemel dan bij een lucht die zwanger is van erwtensoep. Dat de theorie van de homo economicus, de rationele consument, een mythe is, was al bekend. Maar luisteren we om de staat van onze economie te kennen beter naar het weerpraatje van Frank Deboosere dan naar de beursanalyse van Paul Dhoore?

4 graden warmer, 42% meer hamburgers verkocht
Het weer bepaalt of mensen geld uitgeven en aan wat ze het uitgeven. Volgens de Britten is het zelfs de tweede belangrijkste bepalende factor, na de algemene staat van de economie, in beslissingen over gezinsuitgaven. Maar weinig bedrijven houden daar rekening mee. Niet zo bij Tesco. De Britse supermarktketen gebruikt het weer om de vraag van zijn klanten te voorspellen en zijn voorraadbeheer op punt te stellen. Een software programma zet de verkoopsinfo van artikels af tegen de historische weergegevens en dat voor elke dag van het jaar. Zo zijn ze bij de supermarktketen te weten gekomen dat als de temperatuur met 4 graden stijgt, de vraag naar hamburgers met 42% toeneemt. Is het op een maandag bijzonder koud? Dan neemt de vraag naar groene groenten toe. Als je die data combineert met de weersvoorspelling, zorg je ervoor dat je enkel in je rekken hebt liggen wat je klanten zullen kopen. Deze weersstrategie levert Tesco een jaarlijkse besparing van 6 miljoen pond op.

30% van ons BNP
De invloed van het weer gaat nog veel verder dan het aankoopgedrag van consumenten te inspireren en stockvoorraad bij retailers te optimaliseren. Het bepaalt ook de prijs van producten. Denk maar aan duurdere stookolie tijdens de koude wintermaanden of de fruitprijs die de pan uitrijst na een late vorst. En een centimer sneeuw is bij ons genoeg om voor duizend kilometer file te zorgen. Ook dat heeft een kost, voornamelijk op vlak van transport. In totaal zou het weer een invloed hebben op 30% van ons bruto nationaal product. Dat is een slordige 85 miljard euro die rechtstreeks of onrechtstreeks samenhangt met het weerbericht. Ook daar stopt de invloed van zon en wolken niet.

Zon in de straat, vuur op de beurs

Want zon in de straat zorgt niet enkel voor hogere omzetten bij de kleinhandel, het laat ook de beurs niet koud. Zo is er een studie die ochtendzon linkt aan de positieve resultaten van de beurs. Daarvoor hebben de onderzoekers het weer van liefst 26 locaties van aandelenbeurzen over de hele wereld geanalyseerd en dat van 1982 tot 1997. Het verschil tussen een bewolkte en een zonnige dag? Negen basispunten. Dat lijkt niet veel maar op een jaar komt dat neer op een verschil van bijna 25%. Dat mag vreemd lijken maar als we geloven dat we optimistischer zijn als de zon schijnt en zo meer bestellen op restaurant of aankopen in een kledingzaak, dan geldt dat ook voor de aanschaf van een aandeel. Uw beursstrategie houdt dus beter rekening met het weerbericht.

Beurs verplaatsen
Geen enkel plan om onze economie aan te zwengelen kan dus tippen aan een zonnige weersvoorspelling of de verhuis van de beurs naar de evenaar. Het zegt in ieder geval wat over onze irrationaliteit, die we verkiezen te negeren maar elke dag netjes practiseren. Ik zeg het maar, maar maandag geven ze bewolkt. Ik duim in ieder geval voor een zonnige zomer.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

 

donderdag 29 maart 2012 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Wegwerpcultuur

waste

Ik heb nog een iPad van de eerste generatie, eentje uit het stenen tijdperk dus. Die schootcomputer lijkt nu dik, onhandig en oud in vergelijking met de flinterdunne iPad 3 die er vandaag zit aan te komen. Ik ken mezelf en bij mijn eerstvolgende verjaardag zet ik zo'n nieuw ding op mijn verlanglijstje en doe ik mijn oude iPad van de hand. Waar de batterij en onderdelen van mijn oude iPad dan terechtkomen, buiten in de recyclagedoos, heb ik me nog nooit afgevraagd. Dat geldt eigenlijk voor de meeste spullen die in mijn vuilbak terechtkomen. En dat zijn er steeds meer.

20 apparaten per gezin
Elk gezin heeft gemiddeld twintig elektronische apparaten in huis met een steeds beperktere levensduur. We kopen liever een nieuw toestel dan het oude te laten maken en dat geld niet alleen voor elektronica. Schoenen stuk? Geen hond die nog naar de schoenmaker hinkt. Ikea-huisraad pretendeert zelfs niet om een generatie mee te gaan. En binnenkort kost het nieuw aanschaffen van een H&M shirt je minder dan het ding te wassen en te strijken.

Afvalberg
Die wegwerpcultuur zorgt voor een gigantisch probleem: een steeds groeiende afvalberg. In de VS produceren ze jaarlijks genoeg afval om de oppervlakte van de Frankrijk twee keer af te dekken. Bij ons in Europa gaat het over meer dan 2,5 miljard ton. En in ons land zijn we volgens Eurostat expert in het aantal kilogram gevaarlijk afval per inwoner. In Griekenland is dat 23 kilogram per inwoner, in België 553 kilogram. Slik. Maar wat een groot probleem is, ligt vaak ook een economische goudmijn. Dat blijkt nu ook want afval is big business.

Ophaaldiensten voor klein gevaarlijk afval bijvoorbeeld groeiden vorig jaar in sommige landen met 300%. Wat ze ophalen is dan wel zeer giftig spul, maar het heeft ook een grote recyclagewaarde. Grondstoffen zoals lood, koper en goud, vaak bestanddelen van kleine elektronica, zijn de laatste jaren spectaculair in waarde gestegen en verklaren waarom de sector in de lift zit.

Stort als bron van energie
Maar ook een stort kan een bron van goed economisch én milieunieuws zijn. De methaangassen van afval dat aan het afbreken is, kan door pompen naar een faciliteit worden gestuurd waar het gefilterd en schoon gemaakt wordt zodat het onder druk kan worden gebruikt. In de spiksplinternieuwe BMW-fabriek in het Amerikaanse South-Carolina sparen ze zo per jaar zeven miljoen dollar uit. En vaart het milieu er wel bij.

De alomtegenwoordige petfles heeft ongeveer tien jaar nodig om af te breken in de natuur. Een ware natuurramp in miniatuur dus. Maar wist u dat u uit 20.000 van die plastiek flesjes net genoeg polyester produceert om 500 dure merk T-shirts te maken?

37.500 Vlamingen werken in de afvalindustrie
In Vlaanderen alleen al kunnen ze rekenen op een jaarlijkse omzet van 10,5 miljard euro. 37.000 mensen werken in de afvalindustrie bij ons. En dat is voor het grootste deel een goed gereglementeerde industrie. Want de sector blijft een negatief imago hebben en daar hebben The Sopranos, de serie over een maffiafamilie in New Jersey die grof geld verdient met afvalophaling, niet echt geholpen. Zeker niet omdat de ecomaffia echt bestaat. In Italië draaien 180 families een omzet van 2,2 miljard euro per jaar met het ophalen, storten en recycleren van gevaarlijk afval.

Hippe bedrijven
Als we het hebben over snel groeiende sectoren denken we meteen aan hippe bedrijven in design of ict. Daar schrijven en lezen we graag over. Maar wie echt op zoek is naar groeimarges van tien procent of meer knijpt best zijn neus eens dicht, schuift zijn vooroordelen opzij en steekt zijn licht op in de afvalindustrie. Niets wijst daar op een recessie.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

 

dinsdag 27 maart 2012 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Collectieve Verdwazing

yellowpress

Veel zakdoeken op de trein deze ochtend. Mensen die stille tranen van achter hun brilglazen deppen bij het bestuderen van de krant. Een soort stille solidariteit. Het lijkt zelfs alsof het geluid in mijn treincoupé gedempter is dan anders. Zelf heb ik totaal geen zin in het pennen van een stuk dat van ver of van dichtbij met onze economie te maken heeft. De wereld staat stil. Collectieve verdwazing. De zon straalt en maakt het contrast met de donkere gebeurtenissen nog scherper.

 

Poken in het privéleven
Het mooie aan het lelijke is dat we allemaal hetzelfde voelen. Voor even toch. Deel uitmaken van een gemeenschap. Twee dames naast me in de trein verdiepen zich in het lijden van een ander door hun hoofd te begraven in een krant die onbeschaamd pookt in het privéleven van zij die vandaag geen kinderen meer hebben. Foto’s van radeloze ouders. Blogberichten van de schoolkinderen op skiklas. Klasfoto’s, vakantiekiekjes en ander gesprokkeld beeldmateriaal. Met daaronder de vermelding van wie het wel en niet gehaald heeft, liefst zo dramatisch mogelijk. Zogenaamde ‘interviews’ van mensen op het kwetsbaarste moment in hun leven. Een overvloed van sensatie op een lege maag. Zout in de wonde. Riooljournalistiek par excellence.

Joni Mitchel
Het zal je maar overkomen. Een kind verliezen onder de lens van de camera’s. Dat deed me aan Joni Mitchel denken, verbasterd door Janet Jackson: “Don’t it always seem to go, like you don’t know what you’ve til it’s gone.” Die ouders zijn niet enkel hun kind kwijt maar ook hun privacy. Meteen stak er een debat op over de enige instantie in dit land die zijn eigen regels aan zijn laars lapt. Minister Lieten publiceerde op haar facebook dat “het recht op informatie beperkt wordt door het recht op privacy.” En daarbij een citaat uit de Code voor de Journalistiek: “Minderjarige worden in de regel niet geïdentificeerd, minstens wordt uiterst terughoudend omgegaan met informatie die identificatie mogelijk maakt. Volledige identificatie en herkenbare beelden zijn in de regel niet toegestaan.” Journaille, racaille zou Sarkozy zeggen.

Commercie & journalisme
Zou er één journalist zijn die de foto’s van de jonge slachtoffers op de voorpagina zette, die vindt dat hij zich netjes aan zijn eigen regels heeft gehouden? Heeft één enkele hoofdredacteur zich afgevraagd wat hij of zij zou vinden als zijn verongelukt kind op de voorpagina belandde? Het is tijd om terug te slaan want wij zijn niet machteloos. In plaats van een minuut stilte stel ik voor dat we morgen geen enkele van die rioolkranten kopen, geen journaals bekijken die zich aan die regels bezondigen en al helemaal geen websites klikken die grossieren in menselijk leed. Want de enige taal die zogenaamde uitgevers en journalisten verstaan is die van het geld. En zo wordt dit alsnog een column over commercie. Die van de journalistiek. Want hoe lager je mikt op de menselijke instincten, hoe hoger de oplage. Als afnemers hebben we natuurlijk ook boter op het hoofd. En toegegeven, als mensen duurt onze ingetogen verbondenheid ook niet altijd lang.   

Even duurt niet lang
De twee dames op mijn trein fluisterden bij het verorberen van hun sensationeel ontbijt tegen elkaar hoe erg het allemaal wel niet was. Dat ze er stil van werden. Tot de treinbegeleidster voorbij kwam en vriendelijk uiteen zette dat onze trein vertraging had. Er was een “aanrijding met een persoon” gebeurd. NMBS-speak voor een dode op het spoor. Eén van de dames reageerde schamper: “Hm, met de trein was je er al geweest.” En dan tegen mij: “Alle dagen is het van hetzelfde, meneer. En het is nooit iemand zijn fout. Het is een accident, het is een bovenleiding. Het is altijd iets. Een schande is het, zeg ik u.” Ware woorden voorwaar.

De Paradox van Parys verschijnt normaal gezien op vrijdag in De Standaard. 

donderdag 15 maart 2012 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

- 1 / 29 - volgende pagina

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy